Mercer | Wetswijzigingen aangaande uw pensioenregeling

Wetswijzigingen pensioenregeling 2018: de belangrijkste wetswijzigingen waar u vanaf moet weten op een rij

Financiële zekerheid

Wetswijzigingen aangaande uw pensioenregeling 2018

Via regelmatige updates stelt Mercer u op de hoogte van alle wetswijzigingen die invloed hebben op uw pensioenregeling. Hieronder een overzicht van de wijzigingen die wij verwachten in 2018 en die van belang voor u kunnen zijn.

WET VERBETERDE PREMIEREGELING: DE GEVOLGEN

Werknemers die deelnemen aan een premieregeling (de officiële term voor een beschikbare premieregeling) hebben bij pensionering de mogelijkheid gekregen om in plaats van een vast pensioen een variabel pensioen in te kopen. Combinaties zijn uiteraard ook mogelijk. Een pensioenuitvoerder moet vanaf (uiterlijk) 2018 extra beleggingsmogelijkheden aanbieden voor deelnemers die een variabel pensioen willen. Ook heeft deze wet gevolgen voor het communicatiebeleid van een pensioenuitvoerder.

WET WAARDEOVERDRACHT KLEIN PENSIOEN: DE BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN

De wet is inmiddels aangenomen door de Eerste Kamer en binnenkort zal bekend worden gemaakt wanneer hij in werking treedt. Dat kan voor verschillende onderdelen een andere datum zijn. Het belangrijkste deel van de wet dat ziet op kleine en hele kleine pensioenen zal naar verwachting 1 januari 2019 in werking treden.

De wet bevat onder meer de volgende onderdelen:

1. Vervanging van recht voor de uitvoerder om een klein pensioen af te kopen door een wettelijk recht voor de uitvoerder om dat over te dragen;

2. Verval van hele kleine pensioenen; 

3. De mogelijkheid om zonder instemming van de rechthebbende – onder voorwaarden – de opgebouwde pensioenen collectief te converteren naar een nieuwe fiscale pensioenrichtleeftijd.

Ad 1. Afkopen klein pensioen verandert vanaf (naar verwachting) 2019 voor diegenen die vanaf 2018 uit dienst zijn getreden. Dit wordt vervangen door een recht voor de pensioenuitvoerder om zonder instemming van de werknemer het pensioen over te dragen naar zijn nieuwe pensioenuitvoerder. Als dat na 5 jaarlijkse pogingen niet is gelukt kan de pensioenuitvoerder alsnog afkopen. Voor degenen die vóór 2018 uit dienst zijn getreden komt er nog een opschoonactie waarbij in fases wordt getracht zoveel mogelijk kleine pensioenen over te dragen naar een nieuwe pensioenuitvoerder zonder dat dit tot (administratieve) overbelasting van het systeem leidt. 

Omdat de rekenregels voor waardeoverdracht gelden kunnen uit waardeoverdracht van klein pensioen overigens wel bijbetalingsverplichtingen voor werkgevers voortvloeien.

Ad 2. Volgens het wetsvoorstel vervallen zeer kleine pensioenen (minder dan € 2 per jaar) bij uitdiensttreding, tenzij de werknemer emigreert naar een andere lidstaat en de pensioenuitvoerder hiervan op de hoogte heeft gesteld (dit is verplicht in verband met bepalingen van EU-recht). In het overgangsrecht wordt onder voorwaarden ook de mogelijkheid geboden om dit voor bestaande, zeer kleine pensioenen te doen van werknemers waarvan de pensioenopbouw door uitdiensttreding is beëindigd.

Ad 3. De wet bevat ook de mogelijkheid om ouderdomspensioen om te zetten naar een nieuwe fiscale pensioenrichtleeftijd (dus 65, 67 of 68), zonder dat de werknemer daar bezwaar tegen kan maken. De (wijziging van de) pensioenregeling moet dan wel die omzetting bevatten en de werknemer moet het kunnen terugzetten naar de oorspronkelijke leeftijd, waarbij dit initieel niet tot een verschil in uitkomst mag leiden. Door latere wijzigingen in de grondslagen die de pensioenuitvoerder collectief hanteert kan er wel een wijziging ontstaan, maar de pensioenuitvoerder mag daarbij geen rekening houden met het risico dat bepaalde groepen dat eerder zullen doen dan andere groepen.

VERZAMELWET PENSIOENEN 2017

De wet is inmiddels aangenomen door de Eerste Kamer en binnenkort zal bekend worden gemaakt wanneer hij in werking treedt. Dat kan voor verschillende onderdelen een andere datum zijn.

Voor werkgevers zijn er geen grote consequenties. De meeste wijzigingen hebben betrekking op de pensioenuitvoering.

Een versoepeling voor degenen die al vóór 2016 met pensioen zijn gegaan is dat zij tot de leeftijd van 65 jaar en 5 maanden de mogelijkheid krijgen om alsnog uit hun levenslange ouderdomspensioen een AOW-overbrugging aan te kopen. Dat leidt dan dus wel tot een lager levenslang ouderdomspensioen. Deze mogelijkheid wordt geboden in verband met de opschuivende AOW-leeftijd, waarmee niet iedere gepensioneerde rekening heeft gehouden of kunnen houden.

INSTELLINGEN VOOR BEDRIJFSPENSIOENVOORZIENINGEN

De richtlijn betreffende werkzaamheden van het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening is aangepast. Nederland moet deze op 13 januari 2019 in de wetgeving hebben verwerkt. 

Voor werkgevers die overwegen om de pensioenregeling in het buitenland onder te brengen is van belang dat de procedure voor waardeoverdracht van het al opgebouwde pensioen naar een andere lidstaat zwaarder wordt. Er worden expliciete procedureregels opgenomen, die grotendeels al gelden. Daarnaast is instemming van werkgever en een meerderheid van de rechthebbenden op pensioen vereist of van hun vertegenwoordigers. Wat die meerderheid precies zal betekenen hangt af van de wijze waarop Nederland dat gaat implementeren.

Daarnaast worden er gedetailleerde regels voor informatieverstrekking door pensioenuitvoerders opgenomen. Dat betekent dat de informatie die uw werknemers ontvangen weer gaat veranderen.

Tenslotte zijn er nieuwe regels voor governance van pensioenuitvoerders die onder de richtlijn vallen, maar daar zal u als werkgever niet veel mee te maken hebben. Dit zal met name consequenties hebben voor pensioenfondsen.

ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING (AVG)

De AVG treedt op 25 mei 2018 in werking en vervangt vanaf die datum de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (WBP).

De AVG werkt rechtstreeks door in de nationale rechtstelsels van de lidstaten van de unie. De AVG bepaalt echter op diverse plaatsen bepalingen die nader kunnen worden ingevuld door de nationale overheden. Hiervoor is de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming (Uitvoeringswet AVG)  op 12 december 2017 ingediend bij de Tweede Kamer.

De AVG en de Uitvoeringswet AVG borduren voort op de WBP. De materiële normen voor verwerking van persoonsgegevens zijn in grote lijnen gelijk gebleven. De belangrijkste verschillen zitten in de rechten van betrokkenen en de daarmee samenhangende verplichtingen van diegenen die gegevens verwerken. Die verplichtingen worden strenger.

Een pensioenuitvoerder of uitvoeringsinstelling die persoonsgegevens onder zich houdt moet op basis hiervan de betrokkenen onder meer informeren over de gegevens die hij onder zich houdt, het doel waarvoor hij dat doet, hoe lang hij de gegevens bewaard en welke rechten de betrokkene heeft ten aanzien van die gegevens.

Vanuit de pensioenuitvoerder of uitvoeringsinstelling kan hiervoor dus binnenkort actie worden verwacht naar uw werknemers. 

NETTOPENSIOEN BIJ PENSIOENFONDS

Als uw werknemers nettopensioen hebben bij een pensioenfonds dan zijn daarvoor de inkoopregels bij pensionering versoepeld. Het pensioenfonds mag onder voorwaarden nu het tarief waarmee het kapitaal wordt omgezet in pensioen baseren op de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Voorheen moest het pensioenfonds uitgaan van de zogenoemde kostendekkende premie waarin een opslag zit voor de buffers van het fonds.

Veel fondsen hebben die buffer echter niet waarmee werknemers dus voor hun gevoel teveel zouden betalen bij omzetting van het kapitaal. Dat is hiermee deels ondervangen.

Als het fonds bijvoorbeeld een buffer moet hebben van 20% dan zat in het inkooptarief ook een opslag van 20%. Is de daadwerkelijke buffer echter 10% dan zou een deelnemer 10% meer betalen, maar toch meedelen in de risico’s die door deelnemers worden gelopen van korting van aanspraken omdat niet aan de buffereisen wordt voldaan.

Uw pensioenfonds informeert u dan over de wijze waarop zij deze versoepeling doorvoert.

In veel gevallen brengt de wetgeving met zich mee dat bij einde dienstbetrekking het kapitaal opgebouwd in de nettoregeling moet worden aangewend conform de basispensioenregeling van het fonds. En dat is normaal gesproken een vast pensioen. Daarmee zouden die werknemers dus niet de mogelijkheid hebben om een variabel pensioen aan te kopen dat bijvoorbeeld meebeweegt met beleggingsresultaten.

Om dit mogelijk te maken heeft de regering het voornemen om de wet te versoepelen en werknemers die nettopensioen bij een pensioenfonds hebben de mogelijkheid te geven om met hun kapitaal een pensioen in de markt in te kopen. Die mogelijkheid hebben werknemers met een pensioen bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling al.

NIEUW PENSIOENSTELSEL

De regering heeft aangekondigd om begin 2018 met de hoofdlijnen te komen voor een nieuw pensioenstelsel. Hoe dat precies wordt uitgewerkt is nog onderwerp van veel discussie.

Wat in ieder geval duidelijk lijkt is dat de regering toe wil naar een systeem waarbij de waarde van het jaarlijks op te bouwen pensioen onafhankelijk is van leeftijd en waarbij er sprake is van persoonlijke pensioenvermogens.

Ook heeft de regering aangegeven toe te willen naar meer flexibiliteit en maatwerk voor werknemers. Onderzocht wordt daarbij ook of bij pensioeningang een deel van het pensioenvermogen ineens kan worden uitgekeerd.

  Heeft u vragen over uw pensioenfonds in 2018 of wellicht andere?
Vraag dan vrijblijvend een gesprek aan met één van onze consultant door de onderstaande gegevens in te vullen. Wij nemen binnen drie dagen contact met u op.
*Verplicht veld

Door te klikken op Verzenden, gaat u akkoord met het gebruik van uw persoonlijke gegevens volgens de Mercer Privacy Statement. Uw persoonlijke informatie kan worden overgedragen voor verwerking buiten het land van uw verblijf, waar de normen voor de bescherming van gegevens verschillend kan zijn.