Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen ingediend | Mercer

Op 29 augustus jl. is het wetsvoorstel ‘Waardeoverdracht klein pensioen’ bij de Tweede Kamer ingediend.

Pensioenuitdagingen in beeld

Wetsvoorstel waardeoverdracht klein pensioen ingediend

Op 29 augustus jl. is het wetsvoorstel ‘Waardeoverdracht klein pensioen’ bij de Tweede Kamer ingediend.

Het wetsvoorstel bevat – naast wat andere kleinere aanpassingen – twee belangrijke onderwerpen:

  1. Vervanging afkoop klein pensioen door een recht op waardeoverdracht voor de pensioenuitvoerder en het laten vervallen van hele kleine pensioenen.
  2. De mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden zonder dat de deelnemer daartegen bezwaar kan maken de waarde van zijn opgebouwde pensioen onder te brengen in een gewijzigde regeling met een hogere fiscale pensioenrichtleeftijd. 

Waardeoverdracht klein pensioen

Zeer kleine pensioenen van € 2,- of minder vervallen bij einde deelneming (anders dan door overlijden of pensionering), tenzij de gewezen deelnemer emigreert naar een andere lidstaat van de EU of EER en hij de pensioenuitvoerder daar bij beëindiging van de deelneming over heeft geïnformeerd.

Voor andere kleine pensioenen gaat gelden dat de pensioenuitvoerder het recht krijgt deze na beëindiging van de deelneming over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder van de gewezen deelnemer. De ontvangende uitvoerder moet die waarde voor de deelnemer aanwenden voor pensioen in de nieuwe pensioenregeling. Het pensioenregister wordt aangepast zodat pensioenuitvoerders kunnen nagaan of een dergelijke waardeoverdracht mogelijk is.
Dit recht op waardeoverdracht gaat niet gelden voor nettopensioen.

Voor pensioenuitvoerders heeft dit uiteraard administratieve consequenties. Dit proces moet immers worden ingericht en de communicatie moet hierop worden aangepast.

Collectieve waardeoverdracht naar pensioenaanspraken op basis van een hogere fiscale pensioenrichtleeftijd

Bij wijziging van de pensioenregeling kent de wet nu de mogelijkheid om op verzoek van de werkgever opgebouwde pensioenen in te brengen in de gewijzigde regeling. De deelnemer en De Nederlandsche Bank (DNB) kunnen daar evenwel bezwaar tegen maken.

Dit wetsvoorstel maakt het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om de opgebouwde pensioenen zonder mogelijkheid van bezwaar door DNB of de deelnemer in te brengen in de gewijzigde regeling. Dat kan nog steeds op verzoek van de werkgever, maar bij een bedrijfstakpensioenfondsen ook op verzoek van de partijen die de pensioenregeling zijn overeengekomen.

De belangrijkste voorwaarde hierbij is dat de collectieve wijziging van de pensioenregeling ook die omzetting naar een gewijzigde pensioenregeling met een hogere fiscale pensioenrichtleeftijd moet bevatten. De pensioenrichtleefijd moet een pensioenrichtleeftijd zijn zoals die is of was vastgelegd in de Wet op de loonbelasting. Als de huidige pensioenleeftijd dus 65 is dan kan er ook voor gekozen worden om deze mogelijkheid te gebruiken voor een conversie naar een pensioenleeftijd van 67. 66 is evenwel niet mogelijk (zonder instemming deelnemer) omdat dit geen fiscale pensioenrichtleeftijd is geweest.

De andere voorwaarde is dat de regeling de mogelijkheid van terugruil bevat naar de pensioenleeftijd die gold vóór de omzetting. Dat moet wettelijk gezien op basis van factoren die naar verwachting niet tot winst of verlies voor de pensioenuitvoerder leiden (collectief actuarieel gelijkwaardige factoren). In die factoren houdt een uitvoerder soms rekening met berekenend gedrag van een deelnemer. Dat worden selectiefactoren genoemd. Omdat terugruil – in ieder geval initieel – tot dezelfde aanspraak moet leiden als voor de omzetting naar de hogere leeftijd is het niet toegestaan om selectiefactoren in te bouwen.
De vervroegingsfactoren kunnen wel in de loop der jaren wijzigen om te blijven voldoen aan de eisen van collectieve actuariële gelijkwaardigheid (maar zonder element van selectie voor zover het deze terugruil betreft).

Belangrijk is nog om op te merken dat volgens de toelichting deze mogelijkheid ook ziet op de (actuarieel neutrale) wijziging van de eindleeftijd van een tijdelijk ouderdomspensioen om het te laten aansluiten aan een nieuwe pensioenleeftijd. Het ziet evenwel niet op omzetting van zo een tijdelijk pensioen in levenslang pensioen.

Inwerkingtreding

De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2018.

Benieuwd wat de nieuwe wetgeving voor invloed heeft op uw pensioenregeling, of pensioenfonds? Neem dan contact met ons op via dit contactformulier.