Wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2017 aangenomen | Mercer

Wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2017 is op 13 juni 2017 aangenomen door de Tweede Kamer

Pensioenuitdagingen in beeld

Wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2017 aangenomen door Tweede Kamer

Dit wetsvoorstel is op 13 juni 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. Beoogde datum van inwerkingtreding was 1 juli 2017, maar het lijkt ons niet waarschijnlijk dat dit wordt gehaald. Voor verschillende onderdelen kunnen evenwel verschillende inwerkingtredingsdata worden gebruikt, dus voor bijvoorbeeld de grens van 1 miljard euro voor het al dan niet instellen van een Raad van toezicht bij een ondernemingspensioenfonds, zou ook wat meer respijt kunnen worden gegeven.

Wat houdt het wetsvoorstel in?

Het wetsvoorstel bevat vooral technische verbeteringen van de Pensioenwet, zoals:

  1. Een verruiming van de mogelijkheid voor een algemeen pensioenfonds om een uitvoeringsreglement op te stellen in plaats van een uitvoeringsovereenkomst, als de voorgaande pensioenuitvoerder een gesloten fonds was.
  2. De mogelijkheid om bij een variabele uitkering een schok uit te smeren over maximaal 10 jaar (in plaats van vijf jaar) en om een vaste stijging toe te kennen.
  3. Een bewaarplicht van een jaar na overlijden bij elektronische informatieverstrekking.
  4. Een verruiming van de mogelijkheid een AOW-overbrugging uit het levenslange pensioen te financieren in verband met de opschuivende AOW-leeftijd.
  5. Een verbetering van de tekst over het doorvoeren van een onvoorwaardelijke korting als er 5 jaar lang sprake was van een dekkingstekort.
  6. Een verduidelijking van het overgangsrecht ten aanzien van de verplichte informatie op de website van het fonds.

Verder staat al sinds de Wet versterking bestuur pensioenfondsen op het programma dat ondernemingspensioenfondsen op termijn verplicht zouden moeten worden om een Raad van toezicht in te voeren. Besloten is nu om dat alleen voor te schrijven voor pensioenfondsen die een vermogen hebben van minimaal € 1 miljard. Daarbij worden meerdere meetmomenten gehanteerd om te voorkomen dat de verplichting in het éne jaar wel zou gelden en in het andere niet. Heeft een pensioenfonds eenmaal een Raad van toezicht ingesteld vanwege deze grens, dan blijft hij ook minimaal vier jaar geïnstalleerd.

Nettopensioen bij pensioenfondsen

In de behandeling van het wetsvoorstel is ook de problematiek van nettopensioen bij pensioenfondsen aan de orde gekomen.

Door de taakafbakeningseisen kan voor nettopensioen bij een pensioenfonds geen gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van variabel pensioen omdat het per definitie om vrijwillig pensioen gaat waarbij bij einde deelneming (in beginsel) inkoop in de basispensioenregeling van het fonds zou moeten plaatsvinden.

Daarbij vindt inkoop plaats op basis van de kostendekkende premie, wat in de praktijk niet altijd redelijk uitpakt gelet op het pensioen dat de betreffende deelnemer daar dan voor krijgt in situaties waarin het eigen vermogen lager is dan het vereist eigen vermogen.

Het kabinet stelt één pakket met twee maatregelen voor om de deelnemers aan een nettopensioenregeling tegemoet te komen. Beide maatregelen tezamen moeten een adequate oplossing voor deze problematiek vormen en ook recht doen aan de belangen van de deelnemers in de basispensioenregeling van een pensioenfonds. Het gaat daarbij om de aanpassing van de inkooptarieven voor het nettopensioen bij pensioenfondsen zodat ze meer afhankelijk worden van de dekkingsgraad en het introduceren van de wettelijke keuzemogelijkheid voor een andere aanbieder in de uitkeringsfase (shoprecht).

Het streven is om het pakket per 1 januari 2018 van kracht te laten worden.

Benieuwd wat de nieuwe wetgeving voor invloed heeft op uw pensioenregeling, of pensioenfonds? Neem dan contact met ons op via dit contactformulier.