Pensioenrichtleeftijd naar 67/68 jaar: lees over de mogelijke gevolgen

Pensioenuitdagingen in beeld

Verhoging pensioenrichtleeftijd naar 67/68 jaar en gerechtelijke uitspraak inzake Stichting Pensioenfonds Sabic

In verband met de verhoging van de pensioenrichtleeftijd van 65 naar 67 jaar per 1 januari 2014 hebben verscheidene pensioenfondsen in 2013 zonder instemming van rechthebbenden opgebouwd ouderdomspensioen met een pensioenleeftijd van 65 jaar omgezet naar opgebouwd ouderdomspensioen met een pensioenleeftijd van 67 jaar.

Dat werd gebaseerd op een brief van toenmalig staatssecretaris Klijnsma, waarin zij aangaf dat het onder voorwaarden mogelijk was dit te doen, omdat op voorhand de aanspraken van rechthebbenden niet werden geschaad. De omzetting moest onderdeel zijn van de pensioenregeling en als de rechthebbende zijn pensioen op 65 wilde laten ingaan mocht het niet tot aantasting van rechten leiden. Daarbij gaf Klijnsma aan dat het later wijzigen van ruilfactoren “part of the game” was en dus niet persé tot een wijziging van aanspraken zou leiden. Uit de brief (en het daarop gebaseerde standpunt van DNB) viel af te leiden dat een omzetting naar andersoortige aanspraken (bijvoorbeeld partnerpensioen) niet kon zónder instemming van de rechthebbende. Een juridische onderbouwing van het standpunt van mevrouw Klijnsma is door haar (Ministerie) tot op de dag van vandaag niet gegeven.

Omdat in de praktijk onrust ontstond over deze eenzijdige omzettingen, heeft mevrouw Klijnsma – als onderdeel van het Wetsvoorstel waardeoverdracht kleine pensioenen – een wettelijke maatregel voorgesteld, die uiteraard alleen geldt voor nieuwe omzettingen.

Daarbij vervalt het instemmingsrecht van de rechthebbende uit hoofde van artikel 83 van de Pensioenwet als:

  1. de wijziging van de pensioenregeling voorziet in die omzetting;
  2. de omzetting alleen voorziet in aanpassing van (tijdelijk) ouderdomspensioen naar een andere fiscale pensioenrichtleeftijd (65, 67 en 68 jaar dus);
  3. de regeling voorziet in de mogelijkheid van terugruil zonder dat hier selectiefactoren bij worden toegepast (op voorhand geen snijverlies);
  4. de omzetting wordt verzocht door de werkgever of sociale partners.

Met dit wetsvoorstel is er voor nieuwe omzettingen zonder instemming van de rechthebbende een wettelijke basis die er nu nog niet is. Daarmee is een dergelijke omzetting voor een pensioenuitvoerder veel veiliger. Dat neemt niet weg dat (het gebruik van) de betreffende wetgeving door een rechter zou kunnen worden getoetst aan het eigendomsrecht in internationale verdragen of dat een rechthebbende schade kan claimen als hij van mening is dat het fonds zijn belangen niet evenwichtig heeft behartigd. In beide gevallen zou dat in onze optiek overigens een terughoudende toetsing zijn.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer heeft een kantonrechter uitspraak  gedaan over de omzetting bij Stichting Pensioenfonds Sabic in 2013. Daarbij werd zodanig omgezet dat het ouderdomspensioen op basis van pensioenleeftijd 65 met bijbehorend partnerpensioen werd omgezet naar leeftijd 67 jaar. De verhouding tussen ouderdomspensioen en partnerpensioen bleef daarbij 70%.

De rechter oordeelt dat in het onderhavige geval terugruil niet leidt tot dezelfde aanspraken en daarmee dus al niet wordt voldaan aan de voorwaarden in de “Klijnsma-brief”.

Maar hij oordeelt ook dat hier sprake is van een interne waardeoverdracht waar de wet voorwaarden aan verbindt, waarvan één is dat er instemming moet zijn van de rechthebbende. In zijn optiek is in casu de omzetting daarmee nietig omdat er geen instemming is. De kantonrechter voelt zich hierin gesteund door het ingediende wetsvoorstel dat immers – zoals hij zegt – niet nodig zou zijn als de door Stichting Pensioenfonds Sabic uitgevoerde omzetting helemaal rechtsgeldig zou zijn.

Vraag daarbij kan nog wel zijn wat de uitspraak zou zijn geweest als er wel alleen ouderdomspensioen was omgezet naar een hogere pensioenleeftijd.

Naar aanleiding van de Sabic uitspraak is de stemming in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel met een week uitgesteld. Minister Koolmees zou in die week met een nadere uitleg komen die hij nu op 20 november 2017 heeft gegeven in deze brief.

In zijn optiek is de uitspraak van de kantonrechter in lijn met het wetsvoorstel. Wat hij daarmee bedoelt is ons niet echt duidelijk omdat de uitspraak formeel niet kan worden getoetst aan het wetsvoorstel. Naar wij aannemen bedoelt hij dat de uitspraak geen kink in de kabel is voor het wetsvoorstel. Dat lijkt ons ook evident. Het betreffende wetsvoorstel regelt immers nu bij wet dat onder de “Klijnsma-condities” geen instemming van de rechthebbende nodig is waarbij die condities veel duidelijker vastliggen dan in de eerdere brief.

Blijft over dat het wetsvoorstel geen omzettingen uit het verleden repareert. Toen was die instemming immers wel vereist als aangenomen moet worden dat sprake is van een interne waardeoverdracht. Dit zou dus nog steeds tot procedures kunnen leiden. Daarbij is dan de vraag hoe een rechter oordeelt als de “Klijnsma-condities” wél naar de letter gevolgd zijn nu de kantonrechter in de Sabic-casus geoordeeld heeft dat sprake is van een interne waardeoverdracht.

Bij met name bedrijfstakpensioenfondsen zal dat dan vermoedelijk een wat meer theoretische discussie zijn omdat zij vrij eenvoudig lijken te kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden en dan alsnog alle aanspraken naar leeftijd 68 kunnen omzetten. Voor ondernemingspensioenfondsen zal het wellicht moeilijker zijn om aan de eisen van het wetsvoorstel te voldoen met name als de pensioenregeling niet in een cao is vastgelegd en het dus lastig kan zijn te voldoen aan de voorwaarde dat de (wijziging van de) pensioenregeling voorziet in de omzetting. Dus daar blijven dan juridische risico’s over ten aanzien van omzettingen zonder instemming uit het verleden.

Per 1 januari a.s. wordt in veel pensioenregelingen de pensioenrichtleeftijd verder verhoogd naar 68 jaar. Bij een voorgenomen omzetting van opgebouwd ouderdomspensioen van 67 naar 68 jaar zonder instemming van de rechthebbende, is het als sociale partners van belang om deze beoogde omzetting onderdeel deel te maken van de (wijziging van de) pensioenregeling. Voor pensioenfondsen is het op hun beurt van belang om na te gaan of deze voorgenomen omzetting inderdaad onderdeel is van de (wijziging van de) pensioenregeling. Anders blijven immers de juridische risico's aanwezig van de Sabic-uitspraak.

  Mocht u naar aanleiding van deze Legal Newsflash vragen hebben voor onze specialisten, neem dan contact met ons op.
Laat hier uw gegevens achter en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
*Verplicht veld

Door te klikken op Verzenden, gaat u akkoord met het gebruik van uw persoonlijke gegevens volgens de Mercer Privacy Statement. Uw persoonlijke informatie kan worden overgedragen voor verwerking buiten het land van uw verblijf, waar de normen voor de bescherming van gegevens verschillend kan zijn.