Veel bedrijven gaan meer WGA premie betalen

Veel bedrijven gaan meer WGA premie betalen

Research

Veel bedrijven gaan meer WGA premie betalen, tenzij ze nu actie ondernemen.

De plannen van Minister Asscher om in 2017 de WGA vast en flex samen te voegen, kan voor veel werkgevers leiden tot een lastenstijging. Dat heeft adviesbureau Mercer berekend.

Wat hebben wij onderzocht?

Mercer heeft onderzocht wat de consequenties zijn van de samenvoeging van WGA-vast en WGA-flex per 1 januari 2017. In het bijzonder: wat de nieuwe manier van premieberekening in het publieke bestel betekent voor de premies van individuele, met name grote, werkgevers. De twee componenten WGA-vast en WGA-flex worden op dit moment apart berekend en zijn beide afhankelijk van onder andere de volgende factoren:

1) de rekenpremie: dit is de premie die een individuele werkgever betaalt indien zijn instroom gelijk ligt aan het landelijk gemiddelde;

2) het landelijk gemiddeld werkgeversrisico: dit is gebaseerd op de lasten die 2 jaar voor het huidige jaar toegerekend zijn aan publiek verzekerde werkgevers in relatie tot de op dat moment geldende publiek verzekerde loonsom. Dus het landelijk gemiddelde werkgeversrisico in 2015 is gebaseerd op de gegevens van 2013.

3) de correctiefactor: er zijn bijna geen werkgevers wiens instroom precies gelijk ligt aan het landelijk gemiddelde. Doet een werkgever het beter dan landelijk (lees: heeft een lager werkgeversrisico dan het landelijk gemiddeld werkgeversrisico1, dan krijgt hij een korting op de rekenpremie en vice versa. De korting of opslag op de rekenpremie wordt doorbelast met een correctiefactor. Een correctiefactor groter dan 1 versterkt het effect van premiedifferentiatie, een correctiefactor lager dan 1 dempt het effect van premiedifferentiatie.

4) minimum- en maximumpremies: een werkgever zonder instroom in de WGA (-vast dan wel -flex) betaalt voor beide componenten een bijdrage in het publieke bestel, de minimumpremie. De minimumpremie dient onder meer om de lasten te dekken van werkgevers die op basis van hun eigen schade meer zouden betalen dan de maximumpremie. Hiermee ontstaat een stukje solidariteit in het publieke bestel. 

Waarom hebben wij dit onderzocht

Vanuit theoretisch oogpunt is het interessant te kijken naar de gevolgen voor werkgevers wat dit betekent voor hun ‘nieuwe’ gedifferentieerde premie. Bijzondere aandacht verdienen werkgevers die nu een minimale, dan wel maximale, gedifferentieerde premie betalen voor WGA-vast en/of WGA-flex. Doordat in de nieuwe systematiek de maximale premies bij elkaar opgeteld worden, zullen werkgevers die voor de ene component de minimale premie betalen, maar voor de andere de maximale premie, meer gaan betalen. Maar eigenlijk is het voor alle werkgevers interessant te onderzoeken wat de samenvoeging van de twee premiecomponenten gaat betekenen. Immers, de samenvoeging van de rekenpremie, de correctiefactor en het landelijk gemiddeld werkgeversrisico kan onvoorziene consequenties hebben voor individuele werkgevers.

Hoe hebben wij dit onderzocht: theorie

Wij hebben hier theoretisch gekeken naar de gevolgen op basis van twee indicatoren, namelijk het individueel werkgeversrisico WGA-vast en het individueel werkgeversrisico WGA-flex. Het gehanteerde uitgangspunt: de parameters zoals deze gelden in 2015 voor de berekening van de premiecomponenten WGA-vast en WGA-flex. Om de premies voor 2017 te bepalen, zijn de parameters van 2015 bij elkaar opgeteld, conform de Nota Gedifferentieerde premies WGA en ZW 2015 (p. 11) van het UWV.

Om de uitkomsten van deze exercitie duidelijk te maken volgt een voorbeeld van een werkgever met een loonsom van € 6 miljoen. Links bovenin staat dat hij zonder toegerekende uitkeringen WGA-vast en zonder toegerekende uitkeringen WGA-flex 28% minder premie gaat betalen. Dit is op basis van de cijfers zoals door het UWV gepubliceerd. De huidige effectieve minimale premies voor WGA-vast en WGA-flex bedragen 0,12% en 0,13% (opgeteld 0,25%), terwijl de minimale ‘combinatiepremie’ 0,18% bedraagt. Helemaal rechts onderin ziet men dat bij een schade van € 84.000 op zowel WGA-vast als WGA-flex deze werkgever dezelfde premie zal betalen als nu. Dit komt doordat hij al de maximumpremie voor WGA-vast en WGA-flex betaalt. Wanneer de premies worden samengevoegd tot één WGA-premie, dan betaalt hij de maximumpremie die gelijk is aan de optelsom van de twee maximale premies.

 

  WGA-flexschade
WGA-vastschade € 0 € 84.000
€ 0 -28% 134%
€ 84.000 23% 0%

 

Bovenstaande exercitie hebben wij uitgevoerd voor een groot aantal fictieve bedrijven, met een verschillende schadelast. Hierbij is dus niet alleen gekeken naar werkgevers met een schadelast die boven (één van) de maximumpremie(s) uit zou komen. Wij hebben gekeken naar situaties waarbij werkgevers zowel boven- als benedengemiddelde individuele werkgeversrisicopercentages hebben, maar niet altijd boven de maximumpremies uit zouden komen. De opvallendste conclusies die uit deze exercitie naar voren kwamen: niet alleen de werkgevers die al voor beide onderdelen hoge premies betalen, gaan meer betalen, maar ook degenen die voor één component een lage premie betalen en voor de andere component een hoge premie. Ofwel samengevat in een 2-bij-2 tabel.

 

  WGA-flexschade
WGA-vastschade Laag Hoog
Laag Premie daalt Premie stijgt
Hoog Premie stijgt Premie stijgt

 

Hoe hebben wij dit onderzocht: praktijk

De praktijk is veelal weerbarstig, daarom hebben wij onderzocht wat de betekenis hiervan is voor werkgevers. Om dit te bepalen hebben wij random van zo’n 140 werkgevers de ‘Beschikking Loonheffingen Gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas’ 2015 geselecteerd, inclusief specificatie. Hierop staan niet alleen de huidige percentages die de werkgevers betalen, maar ook hoe deze tot stand zijn gekomen. Omdat wij alleen wilden weten wat de effecten zijn van de nieuwe manier om de WGA-premie te bepalen, hebben wij de beschikkingen van eigen risicodragers WGA-vast en voormalig eigen risicodragers WGA-vast afgelegd. De eerste groep hebben wij buiten beschouwing gelaten, omdat zij geen premie voor WGA-vast betalen. De tweede groep hebben wij buiten beschouwing gelaten, omdat zij hun uitlooprisico bij een verzekeraar hebben achtergelaten en hun premiepercentage WGA-vast dus een vertekend beeld geeft. Uiteindelijk zijn beschikkingen van 70 werkgevers overgebleven die wij hebben meegenomen in onze analyse. Het betreft in totaal € 451 miljoen aan loonsom.

Wat hebben wij gevonden?

Van de 70 werkgevers in ons onderzoek gaat 25% in 2017 - wanneer er één premie voor de WGA wordt vastgesteld - meer betalen, 59% van de werkgevers gaat (ongeveer) hetzelfde betalen en 16% gaat minder betalen. 

De 2-bij-2 tabel krijgt op basis van ons onderzoek de volgende invulling:

 

  WGA-flexschade
WGA-vastschade Laag Hoog
Laag -3% 9%
Hoog 14% 14%

 

Degenen die minder gaan betalen, zijn werkgevers die al een relatief lage schade (of helemaal geen schade) hebben voor beide premiecomponenten. Zij gaan gemiddeld 3% minder premie betalen.

Degenen die meer gaan betalen, gaan gemiddeld genomen tussen de 10% en 15% meer premie betalen door de nieuwe manier van premieberekening.

De onderzochte werkgevers hebben een totale loonsom van ongeveer € 451 miljoen. Zij gaan ongeveer € 196.000 meer premie betalen: in plaats van ongeveer € 2,9 miljoen premie gaan zij ongeveer € 3,1 miljoen betalen (premiestijging ongeveer 6%). De totale loonsom SV-loonsom in Nederland is ongeveer € 200 miljard. Ofwel ongeveer 440x groter dan de onderzochte populatie. De totale premiestijging zou dan ongeveer € 87 miljoen bedragen.

Kritische kanttekeningen

Men kan meerdere kritische kanttekeningen plaatsen. Zo is de onderzochte populatie relatief klein. Enkele (grote) uitschieters naar boven of naar beneden hebben grote invloed op de gevonden gemiddeldes. Wij vermoeden dat met name het aantal werkgevers met geen of zeer lage schade op WGA-vast en WGA-flex ondervertegenwoordigd zijn. Deze werkgevers zullen in de nieuwe systematiek naar verwachting hetzelfde of minder premie gaan betalen. De daadwerkelijke gemiddelde premiestijging kan hierdoor lager uitvallen, of kan zelfs richting 0 gaan.

Tevens kan men stellen dat de relatief kleine populatie tot gevolg heeft dat er geen exacte afspiegeling van werkgevend Nederland naar voren komt. Niet alle sectoren, met allen een eigen risicoprofiel, zijn evenredig vertegenwoordigd.

Ook is er niet gecorrigeerd voor het feit dat ongeveer 50% van de werkgevers (gemeten in loonsom) eigen risicodrager is voor WGA-vast. Dit betekent dat het aantal werkgevers voor wie dit relevant is lager ligt. Oftewel: in plaats van alle werkgevers (€ 200 miljard loonsom) heeft het betrekking op een kleiner aantal werkgevers (€ 100 miljard loonsom). De eerder genoemde € 87 miljoen is dus een overschatting – een extra premie van € 43 miljoen ligt eerder in de lijn der verwachting.

Daarenboven betalen kleine werkgevers de sectorale premie. Dit betekent dat er geen 1-op-1 verband is tussen de instroom bij deze werkgevers en de premie die zij betalen. Middelgrote werkgevers betalen een combinatie van de sectorale premie en de individuele premie, en dus is er maar een beperkt verband tussen de WGA-instroom en de gedifferentieerde premie. Als we deze gehele groep buiten beschouwing laten, neemt de ‘extra’ premie van € 43 miljoen verder af.

De waarde van dit onderzoek

Op dit moment wordt aangenomen dat de nieuwe premieberekening, zoals vanaf 2017 zal gelden, op landelijk niveau neutraal gaat uitpakken. Er is echter voor zover bij ons bekend geen empirisch onderzoek naar gedaan waarmee dit het eerste onderzoek is dat zich specifiek richt op deze vraagstelling. Cijfers die bij ons bekend zijn, hebben veelal betrekking op het verleden: zijn werkgevers in het huidige jaar meer of minder gaan betalen dan in het voorgaande jaar. Hierbij wordt niet specifiek gekeken naar de effecten van nieuwe parameters om de premies te bepalen. Wij hebben een eerste poging gedaan om dit gat te vullen. Wij hopen dat onze bevindingen een aanzet zal zijn om nader onderzoek te plegen.

Tevens kan men van dit onderzoek leren welke werkgevers ‘at risk’ zijn om een hogere premie te gaan betalen. Werkgevers in de sectoren bewakingsondernemingen, taxi- en ambulancevervoer, catering en schoonmaak hebben namelijk relatief veel instroom in zowel WGA-vast als WGA-flex en lopen daarom een grote kans om meer te gaan betalen. Maar ook de uitzendsector, met een lage instroom in de WGA-vast, maar een hoge instroom in de WGA-flex is at risk. Branche-organisaties zouden met hun leden op sectoraal niveau naar een oplossing kunnen zoeken om het WGA-risico te beperken.

Wat kunnen werkgevers doen?

De enige manier om de WGA-instroom te beperken, is om risico’s in kaart te brengen en daar naar te handelen. Om een premiestijging te voorkomen, moet een werkgever in ieder geval drie stappen ondernemen:

1) Een stap is het gezond en gemotiveerd aan het werk houden van werknemers. Dus duurzame inzetbaarheid, er is weer ESF-subsidie beschikbaar, speelt hierin een belangrijke rol.

2) Als een werknemer toch ziek - en mogelijk arbeidsongeschikt - wordt, dan speelt re-integratie een belangrijke rol. Werknemers, óók nadat zij recht hebben gekregen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, moeten door de werkgever begeleid worden. Voor de werknemer is werk namelijk de beste sociale zekerheid, en voor de werkgever worden de lasten lager als een werknemer zijn mogelijkheden zo veel mogelijk benut.

3) Werkgevers moeten werknemers laten herkeuren. Een groot deel van de werknemers verdwijnt compleet uit beeld wanneer zij recht krijgen op een WGA-uitkering. Hierdoor lopen de lasten voor werkgevers onnodig door. Zij moeten zelf het initiatief nemen tot herbeoordeling van een WGA’er. Het is niet voor niets dat recent zelfs de keuringsartsen al aan de bel trokken.

Let op: het individueel werkgeversrisicopercentage wordt anders berekend dan het gemiddeld werkgeversrisicopercentage. Het individueel werkgeversrisicopercentage wordt berekend door de lasten van 2 jaar geleden (=2013) te delen door de gemiddelde loonsom van de jaren 2 jaar geleden tot en met 6 jaar geleden (gemiddelde loonsom in de periode 2009-2013).

 

Heeft u een specifieke vraag? Neem dan contact op met uw vaste Relationship Manager bij Mercer of met Ramon van Bruchem op 06 15 836 236 (ramon.vanbruchem@mercer.com).

 Contact
Vul uw gegevens in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
*Verplicht veld
Voornaam is verplicht
Achternaam is verplicht
Uw rol is verplicht
Organisatie is verplicht
Industrie is verplicht
E-mail is verplicht E-mail is ongeldig
Phone number is required
Bedrijfsnaam is verplicht
Land is verplicht
Maximaal 250 karakters

Ik wil graag meer informatie over de producten, diensten en aanbiedingen van Mercer ontvangen. Ik begrijp dat ik op elk moment kan uitschrijven.

Door te klikken op Verzenden, gaat u akkoord met het gebruik van uw persoonlijke gegevens volgens de Mercer Privacy Statement. Uw persoonlijke informatie kan worden overgedragen voor verwerking buiten het land van uw verblijf, waar de normen voor de bescherming van gegevens verschillend kan zijn.

Foutmelding. Check alstublieft alle velden, en probeer nogmaals..

Dank u wel, wij nemen zo snel mogelijk contact met u op