Mercer | Uitleg hoge UWV-premies

Mercer | Uitleg hoge UWV-premies

Achtergrond informatie

UWV-premies ziekte en arbeidsongeschiktheidsverzekering nog steeds op hoog niveau

Eind november, begin december 2015, hebben alle werkgevers weer de ‘Beschikking Loonheffingen Gedifferentieerd premiepercentage Werkhervattingskas’ ontvangen. Hierop staat vermeld wat zij gaan betalen voor verzuimende (Ziektewet) en arbeidsongeschikte (WGA) werknemers. Dit jaar kondigde het UWV aan dat de premies nagenoeg stabiel zijn gebleven. Ramon van Bruchem, Senior Consultant bij Mercer, zegt hierover: ‘Wat het UWV zegt is op zich waar, maar dit is niet het hele verhaal. Kijk je ook naar de schade die ten grondslag ligt aan de uitkeringen, dan blijft de premie hoog’

In zekere zin heeft het UWV ook gelijk. Een gemiddelde werkgever in Nederland betaalde in totaal voor de drie componenten van de Werkhervattingskas 1,07% in 2015 en dit blijft gelijk in 2016.

Achtergrond: wet- en regelgeving

De wetgeving omtrent verzuim en arbeidsongeschiktheid is complex en veranderlijk. Een werkgever is namelijk niet alleen financieel verantwoordelijk voor de loondoorbetaling bij ziekte van werknemers in dienst, maar in sommige gevallen ook voor voormalig werknemers (uit dienst). In totaal kan dit 12 jaar duren en daarbij heeft de werkgever ook nog een re-integratieverplichting.

Om de wet goed te begrijpen, moet men 2 perioden onderscheiden: de eerste 2 jaar van ziekte en de periode erna. Vervolgens moet men kijken of een werknemer een vast contract heeft (contract voor onbepaalde tijd) of een flexibel dienstverband (bijvoorbeeld een jaarcontract).

Wie valt onder welke regeling?

Een werknemer met een vast dienstverband valt onder de ‘gewone’ loondoorbetalingsverplichting van 2 jaar. Daarnaast is de werkgever verantwoordelijk voor de re-integratie van de werknemer; in veel gevallen wordt de werknemer vanzelf beter en hoeft er weinig aan re-integratie gedaan te worden. Maar soms is een werkaanpassing noodzakelijk, of zelfs omscholing. De werkgever is niet alleen verantwoordelijk dit te faciliteren, maar is ook verantwoordelijk om dit te betalen.

Een werknemer met een flexibel dienstverband wordt veelal ziek in dienst en wordt door de werkgever doorbetaald. Doorgaans is de re-integratieverplichting ook gewoon van toepassing. Maar is hij nog ziek op het moment dat het dienstverband eindigt, dan gaat hij  ‘ziek uit dienst’ en valt onder de Ziektewet. Veel werkgevers zijn hiervoor bij het UWV verzekerd: de re-integratieverplichting voor de werkgever eindigt op het moment dat het dienstverband eindigt,  het UWV neemt deze taak over.

Beide werknemers – zowel vanuit de ‘gewone’ loondoorbetalingsverplichting bij ziekte als vanuit de Ziektewet – komen na 104 weken ziekte bij het UWV om gekeurd te worden voor de WIA. Zijn zij minder dan 35% arbeidsongeschikt, dan hebben zij geen recht op een uitkering. Bij volledige arbeidsongeschiktheid zonder – of met zeer geringe – kans op herstel hebben zij recht op een IVA-uitkering. Deze uitkering wordt betaald uit algemene middelen en dus niet doorbelast aan de individuele werkgever. Maar krijgt een werknemer recht op een WGA-uitkering – want 35-80% arbeidsongeschikt, of volledig arbeidsongeschikt mét kans op herstel – dan wordt deze doorbelast aan de werkgever. Indien een werknemer recht heeft op een WGA-uitkering na 104 weken ziek in dienst geweest te zijn, dan spreken we van WGA-vast. Heeft een werknemer recht op een WGA-uitkering aansluitend op de Ziektewet, dan spreken we van WGA-flex (Figuur 1).

Hoe betalen werkgevers hiervoor?

Zolang een werknemer ziek in dienst is, moet een werkgever gewoon het loon doorbetalen. Grotere werkgevers (ongeveer 60 werknemers of meer) dragen dit risico veelal zelf, omdat het verzuimpercentage redelijk stabiel, en daarmee voorspelbaar is. Verzekeren is dan doorgaans niets meer dan rondpompen van geld, waarbij de werkgever vaak meer betaalt aan een verzekeraar dan wanneer zij het risico zelf neemt. Verzekeren is eigenlijk alleen interessant voor kleine werkgevers: verzuim is veel onvoorspelbaarder, en één langdurig zieke werknemer brengt zulke hoge kosten met zich mee, dat het wél verstandig is dit risico op één of andere manier af te dekken.

Voor werknemers die ziek uit dienst gaan (let op: dit betreft ook werknemers met een vast dienstverband en via een vaststellingsovereenkomst ziek uit dienst gaan of werknemers waarvan het tijdelijk dienstverband afgelopen is, ‘gezond’ uit dienst gaan en zich binnen 28 dagen ziekmelden) geldt dat veel werkgevers de Ziektewetuitkering indirect betalen. Dit geldt wanneer zij bij het UWV aangesloten zijn. In november krijgt de werkgever dan een brief van de Belastingdienst met de gedifferentieerde premie voor de Ziektewet. Maar er zijn intussen ook werkgevers in Nederland die eigenrisicodrager zijn voor de Ziektewet: deze werkgevers betalen de Ziektewetuitkering zelf aan de werknemer (of besteden dit uit). In de kern geldt bij de afweging bij het UWV te blijven of eigenrisicodrager te worden hetzelfde als bij de ‘gewone’ loondoorbetaling bij ziekte: grotere werkgevers zijn doorgaans voordeliger uit door eigenrisicodrager te worden, kleine werkgevers hebben enige vorm van verzekering nodig (bij het UWV of via een private verzekeraar).

Voor de WGA-vast geldt dat een werkgever de keuze heeft bij het UWV te blijven en dus een gedifferentieerde premie te betalen of eigenrisicodrager te worden (dus bij het UWV weg te gaan). Omdat een WGA-uitkering 10 jaar lang kan duren, is het financiële risico dat het eigenrisicodragerschap met zich meebrengt groot. Daarom kiezen eigenrisicodragers er vaak voor het risico gedeeltelijk of geheel te herverzekeren bij een private verzekeraar. Hoe groter een werkgever, hoe meer risico hij zelf kan dragen en vice versa. De praktijk wijst dan ook uit dat veel grotere werkgevers het risico niet of slechts deels verzekeren en kleine werkgevers het risico volledig verzekeren.

Premie Ziektewet

De gemiddelde premie voor de Ziektewet is slechts met ongeveer 3% gestegen in 2016 ten opzichte van 2015 (0,35% naar 0,36%). Toch vertelt dit niet het hele verhaal. Van Bruchem: ‘Recent heeft het UWV zelf een rapport uitgebracht waarin zij aangeeft dat de gemiddelde uitkeringsduur bij eigenrisicodragers lager is dan bij publiek verzekerde werkgevers. Daarnaast hebben wij een steekproef gedaan waarbij we de Premiebeschikkingen van een groot aantal werkgevers gecontroleerd hebben. Wat blijkt: bij het UWV betalen werkgevers hun eigen schadelast [Ziektewet uitkeringen] gemiddeld met een factor 2,3. Uit ons onderzoek komt namelijk naar voren dat aan hen gemiddeld € 6.410 aan uitkeringen wordt toegerekend, terwijl zij € 15.050 aan premie betalen.’ Vorig jaar betaalden werkgevers de eigen uitkeringen met een factor 2,2. ‘Waar we een verlaging van deze factor zouden verwachten, zien we dit in de praktijk dus niet. Werkgevers die nu nog publiek verzekerd zijn, zouden dit als signaal moeten oppakken om het eigenrisicodragerschap te overwegen.’

Het UWV kan terecht zeggen dat een factor 1 niet mogelijk is. Immers, de premie in 2016 wordt gebaseerd op de uitkeringen in 2014. In de tussentijd worden lopende uitkeringen geïndexeerd en nieuwe uitkeringen zullen hoger liggen door loonstijgingen. Daarnaast maakt het UWV kosten voor re-integratie. Maar ook wanneer wij deze factoren in ogenschouw nemen, zou de opslag veel lager moeten liggen; de indexatie van de uitkeringen (zeg jaarlijks 1,5%), de loonstijging (ongeveer 2%) en de uitvoeringskosten van het UWV (circa 5%) zouden leiden tot een veel lagere opslag, omme nabij een factor 1,2-1,3 lijkt redelijk.

WGA-vaste dienstverbanden

Er is veel gezegd en geschreven over de stijging van de private verzekeringspremie voor het WGA-risico voor werknemers met een vast dienstverband. Dit jaar zijn de verzekeringspremies relatief stabiel gebleven. Alleen grote werkgevers die hun premievaste periode af zagen lopen, werden met een grote premiestijging geconfronteerd. De premies die zij betaalden bleken niet toereikend te zijn om het risico af te dekken. De oorzaken zijn bekend; het UWV dat WGA’ers nauwelijks herkeurt, verzekeraars die marktaandeel wilden winnen, maar weinig deden op het gebied van re-integratie, et cetera. Dit speelveld is veranderd, mede door maatregelen van Minister Asscher om zowel het hybride stelsel in evenwicht te brengen als het UWV beter te laten functioneren.

Kijkt men naar de premie-ontwikkeling bij de WGA voor vaste dienstbetrekkingen, dan daalt de premie voor grote werkgevers van gemiddeld 0,48% naar 0,47%. Van Bruchem: ‘Wat men zich moet realiseren – en het UWV is hier ook open in - is dat de ‘premiedaling’ voor grote werkgevers met name veroorzaakt wordt door het aantal werkgevers dat de afgelopen jaren na eigen risicodrager te zijn geweest terug zijn gekeerd naar het UWV. Zij hebben namelijk in het private bestel alle toekomstige uitkeringen afgefinancierd en zijn ‘schoon’ teruggekeerd. Twee jaar lang ontstaan hoeven er geen uitkeringen betaald te worden in het publieke bestel die toegerekend kunnen worden aan die werkgevers, terwijl zij al wel premie afdragen.’ En toch blijkt de premie nog niet in verhouding te zijn tot de schade. Van Bruchem: ‘Als wij kijken naar de Premiebeschikkingen van publiek verzekerde werkgevers, dan zien wij dat zij hun eigen uitkeringen ongeveer met een factor 1,7 betalen. Gemiddeld werd namelijk ongeveer € 14.750 aan uitkeringen toegerekend aan die werkgevers en betalen zij hiervoor een premie van € 24.680.’ Vorig jaar bleek uit onderzoek van Mercer dat werkgevers de eigen uitkeringen met een factor 1,6 betaalden. De premie bij het UWV mag dan wel stabiel lijken, maar dan wel op een zeer hoog niveau.

De ‘WGA vaste dienstbetrekkingen’ bevindt zich nog in de opbouwfase: er stromen nog steeds meer mensen in dan er uitstromen. Dit is het gevolg van het feit dat een WGA-uitkering maximaal 10 jaar aan een werkgever wordt toegerekend, terwijl pas sinds 2007 (korter dan 10 jaar geleden) de uitkeringen zo lang aan de werkgever worden toegerekend. Het gevolg is dat de ‘opslagfactor’ nog ruim boven de 1 moet liggen.[1] Dit wordt versterkt door de indexatie van de lopende uitkeringen en de loonstijgingen in Nederland, waardoor nieuwe uitkeringen op een hoger niveau liggen. Echter, ook hiermee rekening houdend zou men een lagere opslag verwachten dan uit ons onderzoek blijkt.

[1] Voorgaande geldt echter niet voor de Ziektewet: de uitkeringen worden maximaal 2 jaar toegerekend en het stelsel is 2 jaar geleden ingevoerd. De ‘opslagfactor’ zou een klein beetje boven de 1 mogen liggen (wegens indexatie van de uitkeringen en een stukje re-integratiekosten die het UWV maakt).

WGA flexibele dienstverbanden

Tenslotte staat op de Premiebeschikking Werkhervattingskas de premiecomponent voor de WGA-lasten flexibele dienstbetrekkingen benoemd. Dit is de premie die werkgevers betalen voor ex-werknemers die via de Ziektewet de WGA instromen. De gemiddelde premie voor grote werkgevers blijft gelijk: 0,24%. Van Bruchem: ‘Ons onderzoek laat zien dat gemiddeld genomen werkgevers de eigen schadelast met een factor 2,9 betalen; de toegerekende uitkeringen bedragen immers gemiddeld € 9.270, waarvoor werkgevers gemiddeld een premie van € 26.730 betalen.’ Er is sprake van een stelsel dat nog niet haar structurele niveau heeft bereikt, nog in opbouw is, waardoor dit effect deels verklaard kan worden. Dit was één van de grote kritiekpunten die vorig jaar geuit werd op het onderzoek, waaruit bleek dat werkgevers de eigen uitkeringen met een factor 4 betaalden. Van Bruchem: ‘Het UWV heeft zelf aangegeven dat zij de verwachte uitkeringen voor WGA-flex overschat heeft en heeft vervolgens gezegd dat zij nu uitgaat van een lagere structurele premie. Wat men hieruit kan concluderen is dat het UWV vorig jaar een rekenfout heeft gemaakt, waardoor de premies voor grote werkgevers in 2015 te hoog lagen. De premiestabiliteit in 2016 is het gevolg van het feit dat werkgevers in 2015 teveel hebben betaald.

Op basis van de uitkomsten van ons onderzoek is de vraag of werkgevers in 2016 niet nog steeds teveel betalen. Ook dit stelsel is nog in opbouw en is zelfs korter geleden ingevoerd. ‘De eigen uitkeringen met een factor 2,9 betalen vinden wij, rekening houdend met het stelsel dat in opbouw is, nog steeds erg hoog.’

De vraag die werkgevers moeten stellen is de volgende: hoe kan ik de lasten voor verzuim en arbeidsongeschiktheid structureel verlagen? Deze vraag kunnen werkgevers niet voor zich uitschuiven: voor 1 oktober 2016 moeten alle werkgevers een keuze maken of zij bij het UWV verzekerd willen blijven of eigenrisicodrager willen worden voor de Ziektewet en/of de WGA.

Het antwoord op de vraag is voor elke werkgever anders. Een gedegen advies is hard nodig – een verkeerde keuze kan veel geld kosten.

Voor met name kleinere werkgevers (tot ongeveer 50 werknemers) biedt het UWV een aantrekkelijke propositie: door solidariteit tussen werkgevers blijft de premie laag, het UWV neemt de hele Ziektewet- en WIA-begeleiding over en de administratieve lasten voor de werkgever zijn minimaal. Maar ook hierop zijn uitzonderingen.

Voor grotere werkgevers (meer dan 50 werknemers) kan het aantrekkelijk zijn om het UWV te verlaten. Er is voor hen namelijk minder tot geen solidariteit in het stelsel, waardoor de lasten bij Ziektewet- of WGA-instroom ineens fors kunnen stijgen. En dan betalen werkgevers de uitkeringen met een zeer forse opslag. Ook als eigenrisicodrager met private verzekering betalen werkgevers hun eigen uitkeringen, en hoe meer schadelast, hoe hoger de verzekeringspremies. De fluctuaties in de verzekeringspremie zijn echter doorgaans wel kleiner. En hoe groter de werkgever, hoe meer het loont om zelf de regie te pakken: het is gebleken dat werkgevers zelf, al dan niet ondersteund door specialisten in de private markt, de beste resultaten behalen op het gebied van re-integratie. Om op termijn de kosten van verzuim en arbeidsongeschiktheid te verminderen, en tegelijkertijd een sociale werkgever te blijven, kunnen werkgevers drie stappen zetten:

  1. Breng de kosten op het gebied van verzuim en de Ziektewet (als voorportaal van de WGA) en de WGA goed in kaart;
  2. Voorkom WGA-instroom: dit betekent een goed verzuimbeleid, dat wordt nageleefd. En (mocht een werkgever dit nog niet zijn): wordt eigenrisicodrager voor de Ziektewet - alleen dan heeft een werkgever volledig grip op zijn kosten;
  3. Laat waar nodig en mogelijk WGA’ers re-integreren en herbeoordelen. Want werk is de beste sociale zekerheid die er is.
 Contactformulier

Mercer helpt u graag bij het onderzoeken van uw opties. Vul voor het maken van een afspraak onderstaand formulier in. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.

Contact
*Verplicht veld
Voornaam is verplicht
Achternaam is verplicht
Uw rol is verplicht
Organisatie is verplicht
Industrie is verplicht
E-mail is verplicht E-mail is ongeldig
Phone number is required
Bedrijfsnaam is verplicht
Land is verplicht

Ik wil graag meer informatie over de producten, diensten en aanbiedingen van Mercer ontvangen. Ik begrijp dat ik op elk moment kan uitschrijven.

Door te klikken op Verzenden, gaat u akkoord met het gebruik van uw persoonlijke gegevens volgens de Mercer Privacy Statement. Uw persoonlijke informatie kan worden overgedragen voor verwerking buiten het land van uw verblijf, waar de normen voor de bescherming van gegevens verschillend kan zijn.

Foutmelding. Check alstublieft alle velden, en probeer nogmaals..

Dank u wel, wij nemen zo snel mogelijk contact met u op