Onze Deskundigheid /

Aangepaste PAWW regeling zorgt voor betere sturing op re-integratie in 3e WIA jaar
Calendar

Wat is PAWW?

Sinds 1 januari 2016 is het, indien vastgelegd in de geldende cao, mogelijk voor werknemers om zich privaat te verzekeren voor een aanvulling van maximaal 14 maanden op de WW-uitkering of  Loongerelateerde WGA-uitkering na 2 jaar. De zogenaamde Private Aanvulling WW en loongerelateerde WGA (PAWW). Wat betreft de WGA: het betreft dus een aanvulling op de Vervolguitkering op de Loonaanvullingsuitkering van het UWV in verband met de versobering van de WW. Wanneer werknemers hier gebruik van maken, dan betalen zij de premie voor deze verzekering zelf. De werkgever houdt het bedrag in van het bruto loon en draagt dit af aan de Stichting PAWW, die verantwoordelijk is voor de uitkering. De PAWW wordt uitgekeerd (mits een tijdige aanvraag is gedaan door werknemer) aan de deelnemer NA het 2e jaar WW of NA het 2e WGA jaar.

Hoe kon het dat tijdens het uitkeren van de PAWW de inkomsten tijdelijk (fors) hoger konden liggen dan het laatst verdiende salaris?

In sommige gevallen kon het voorkomen dat (oud) werknemers tijdens de periode dat zij de PAWW-uitkering ontvangen, meer inkomsten hadden dan hun laatst verdiende salaris. Hoe kon dit? Ook in het derde WIA jaar ontvangen de (oud) medewerkers een WIA-uitkering van het UWV, maar in het derde jaar is dit, bij werkloosheid,  niet meer 70% van het laatste verdiende (gemaximeerde) loon zoals dat wel het geval was in de twee jaren daarvoor. Door verkorting van de WW-duur tot twee jaar ontvangt men eerder dan voorheen de lagere Loonaanvullingsuitkering van het UWV. In het geval dat de werkgever voor haar werknemers een zogenaamde uitgebreide collectieve WGA-hiaatverzekering heeft afgesloten, worden vanuit deze verzekering de UWV-uitkering van de (oud)werknemer aangevuld tot 70% van het laatst verdiende salaris (gemaximeerd). Mochten daarnaast werknemers zichzelf ook nog voor de PAWW privaat verzekerd hebben, dan ontvangen zij naast de aanvulling vanuit de collectieve WGA-hiaatverzekering, ook nog een aanvulling tot 70% van het laatst verdiende salaris (gemaximeerd) vanuit deze PAWW-verzekering. Dat betekent dus dat deze medewerkers tijdens de looptijd (maximaal 14 maanden) van de PAWW-uitkering een “dubbele uitkering” hebben en een inkomen kunnen dat hoger is dan toen ze nog volledig arbeidsgeschikt waren en dat hoger is dan in de Loongerelateerde fase van  de WGA.

Inkomensverzekeraars gaven bij navraag aan geen “na-u” clausule te gaan hanteren om dit te ontdubbelen omdat de werkgever de collectieve verzekering heeft afgesloten en hiervoor premie heeft betaald. De inkomensverzekeraars blijven “UWV-volgend”. Bovendien worden er nogal wat uitvoeringsproblemen bij een eventuele ontdubbeling verwacht. Daarnaast zijn er actuariële uitdagingen (wat is bijvoorbeeld iemands arbeidsverleden) om een premiekorting te berekenen. Een verkorting van de duur van de Loongerelateerde WGA-uitkeringsfase een verlenging van de duur van de fase van de Loonaanvullingsuitkering en van de Vervolguitkering. Verzekeraars hebben hiervoor  geen premieverhoging toegepast en een premiekorting in geval van een ontdubbeling zou daarom ook niet aan de orde zijn. 

Verzekeraars schatten in dat het om een kleine groep werknemers gaat met een klein risico. Deze situatie zal vooral, gelet op de opbouw van het arbeidsverleden, van toepassing zijn op oudere werknemers.  En zij hebben al een beperktere re-integratiekans. Daarnaast betalen werknemers de premie voor het private deel van de PAWW zelf. Vanuit die context zou het curieus zijn dat zij dan tegelijkertijd gekort worden op een collectieve verzekeringsuitkering waar zij recht op hebben. 

Omgekeerd werd er bij de bepaling van de hoogte van de PAWW-uitkering geen rekening gehouden met een uitkering vanuit de collectieve WIA-verzekering. 

Vooral bij oudere werknemers (i.v.m. arbeidsverleden) met een relatief hoger inkomen in combinatie met een collectieve WGA-hiaatverzekering Uitgebreid kan dit leiden tot een tijdelijke (maximaal 14 maanden) inkomenssituatie die ruim 125% bedraagt van het oude inkomen.

------------------------------------------------UPDATE 17 JULI----------------------------------------------

Reparatie per 1 juli 2018

Deze situatie werd door de SPAWW onwenselijk geacht, ook om te voorkomen dat (oud)werknemers een hoge belastingaanslag kunnen krijgen vanwege “fiscale bovenmatigheid”.  Bovendien werd sturing op re-integratie in het 3e WIA jaar gehinderd. Dit was niet in het belang van de inkomensverzekeraars en werkgevers die een gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemer willen re-integreren. De kans is uiteraard klein dat werknemers positief tegenover een re-integratie staan als het betekent dat hierdoor de inkomsten dalen. 

De SPAWW heeft daarom per 1 juli 2018 haar regeling aangepast. Wanneer een (oud)werknemer naast de WGA-uitkering (LAU of VVU) van het UWV en naast een collectieve verzekeringsuitkering of een ander arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt voor ook een aanvullende uitkering van de SPAWW, dan wordt door de SPAWW beoordeeld of het totaal van de uitkeringen niet hoger wordt dan 100% van het ongemaximeerde dagloon. Wanneer dit wel het geval is dan wordt de uitkering van de SPAWW zodanig verlaagd dat het totaal aan uitkeringen tezamen 100% van het ongemaximeerde dagloon bedraagt. Hiermee wordt een dreigende fiscale bovenmatigheid weg genomen. Wanneer een pensioenuitvoerder (lees WGA-hiaatverzekeraar) op basis van zijn voorwaarden de uitkering verlaagt in verband met samenloop van andere uitkeringen, dan wordt bij de bepaling van de hoogte van de PAWW-uitkering ook hier rekening mee gehouden.

  Heeft u vragen over de PAWW of wellicht andere zaken?
Vraag dan vrijblijvend een gesprek aan met één van onze consultant door de onderstaande gegevens in te vullen. Wij nemen binnen drie dagen contact met u op.
*Verplicht veld

Door te klikken op Verzenden, gaat u akkoord met het gebruik van uw persoonlijke gegevens volgens de Mercer Privacy Statement. Uw persoonlijke informatie kan worden overgedragen voor verwerking buiten het land van uw verblijf, waar de normen voor de bescherming van gegevens verschillend kan zijn.