Mercer | Premiestaffels

Pensioenuitdagingen in beeld

Premiestaffels: Geen paniek, maar wel heel goed blijven opletten

Nederland heeft als een van de weinige landen de maximaal fiscaal gefacilieerde pensioenpremies voor beschikbare premieregelingen vastgesteld aan de hand van met de leeftijd stijgende percentages. De oorzaak hiervan is gelegen in de aangeboren genetische afwijking van het Nederlandse brein, ingegeven door onze historische traditie van defined benefit regelingen.  Op grond van het beginsel van gelijke behandeling naar leeftijd, is de meest logische vorm aan alle deelnemers een gelijke premie toe te kennen. De kern van de toezegging is immers de premie, nietwaar?

Echter, jongeren kunnen met dezelfde hoeveelheid geld, meer pensioen inkopen (ze kunnen immers nog veel langer beleggen), dus zou je kunnen stellen dat er dan sprake is van ongelijke behandeling. Nederland heeft in haar wetgeving (Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid), de mogelijkheid gelaten om bij actuariële berekeningen in pensioenvoorzieningen rekening te houden met leeftijd. Ongelijke premie, maar toch gelijke behandeling dus. Op grond van dit principe heeft de wetgever in de fiscale wetgeving het staffelmechanisme  (oplopende premies in leeftijdsklassen van maximaal 5 jaar) vastgelegd. En die worden momenteel voor nagenoeg alle beschikbare premieregelingen gebruikt (alhoewel dit niet noodzakelijk is).

Het mogelijke probleem

Op grond van twee uitspraken van het Europese Hof van Justitie (Danmark/Experian en Dansk/Rasmussen), zou geconcludeerd kunnen worden dat het gebruik van stijgende premies naar leeftijd niet zomaar is toegelaten; althans niet op basis van de uitzondering voor actuariële berekeningen. Het gevolg zou dan kunnen zijn dat Nederlandse werkgevers niet met  stijgende premiepercentages mogen werken en mogelijk zelfs een en ander met terugwerkende kracht moeten aanpassen, tenzij de oplopende premies op een andere wijze gerechtvaardigd zouden kunnen worden. Dat is een flinke ingreep waar hoge kosten aan verbonden zijn.

Mercer constateerde dat er onduidelijkheid was (en is) over wat dit allemaal voor beschikbare premieregelingen in Nederland betekent en hoe reëel de kans is dat de situatie gaat ontstaan dat stijgende premies niet meer zijn toegelaten. Ook vroegen wij ons af wat dit betekent voor de Kabinetsplannen voor het nieuwe pensioenstelsel. Om die reden hebben wij twee zaken voor onze klanten georganiseerd.

1. Allereerst leek het ons raadzaam om duidelijk te krijgen hoe onze regering over deze problematiek denkt. Met dat doel in het oog, hebben wij Kamervragen laten stellen die wellicht duidelijkheid zullen geven over het standpunt dat onze regering hierover inneemt. Dit geeft onze klanten al een stuk richting. De antwoorden zullen vermoedelijk pas na het zomerreces worden geformuleerd, maar wij zullen u continu op de hoogte houden van de ontwikkelingen rondom dit dossier.

2. Daarnaast vonden wij het ook noodzakelijk om door een andere partij dan onze regering  ontstane vragen te laten beantwoorden. Met dat doel in het oog, heeft Mercer met circa 35 klanten en drie hoogleraren (Prof. dr. Erik Lutjes, Prof. dr. Mark Heemskerk en Prof. dr. Hans van Meerten) een bijeenkomst gehouden waarbij we met elkaar het onderwerp hebben besproken. Uiteraard zal er veel afhangen van de uitkomst van een eventuele uitspraak en ontstaat dan pas ultieme duidelijkheid, maar wij wilden daar liever niet op wachten.

Uitkomsten van de besprekingen

Alhoewel de mening op sommige onderdelen uiteen liepen, waren de professoren het eens over een aantal belangrijke zaken. Zo deelden zijn allereerst de mening dat de specifieke bepaling die met dit doel in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid is opgenomen, sinds het eerste arrest niet meer van toepassing kan zijn. Kortom, simpelweg beroepen op de “actuariële uitzondering” zal bij de rechter vermoedelijk geen stand houden. Echter, dat wil niet direct zeggen dat premies per leeftijdscohort niet meer kunnen. De vraag die nu ontstaan is, is of er een objectieve rechtvaardigingsgrond te bedenken is waarmee betoogd kan worden dat het maken van leeftijdsonderscheid toch gerechtvaardigd is. Die toets zal door de Nederlandse rechter dienen plaats te vinden. Over de bijeenkomst is overigens ook een artikel geschreven door PensioenPro, zie hiervoor de volgende link: http://www.mercer.nl/onze-deskundigheid/hoogleraren-premiestaffels-niet-in-gevaar-door-uitspraken-europees-hof.html.

Daarna heeft Mercer aan de hand van enkele doorrekeningen laten zien wat de mogelijke cijfermatige consequenties zouden kunnen zijn van een aanpassing van de wetgeving. Conclusies van dat onderdeel zijn dat er hernieuwde discussies zullen ontstaan tussen generaties aangaande herverdeling en dat met name oudere werknemers de eerder geaccepteerde overgang van DB naar DC mogelijk zullen aanvechten als de spelregels achteraf worden aangepast.

Tot slot was de conclusie dat zekerheid nu wel al gerealiseerd kan worden. Wordt namelijk de pensioenregeling nu al vormgegeven door een bruto loontoeslag en een vrijwillige pensioenregeling, dan is er in geen van de gevallen een samenloop met ongelijke behandeling. Dit model zien we overigens al vaker in de markt terugkomen. Werkgevers die nu met een beschikbare premieregeling bezig zijn, zouden dit kunnen overwegen.

Dat er nog veel onduidelijk is bleek ook uit de exit-poll onder de aanwezige klanten. Onder de aanwezige klanten waren er acht die aangaven dat het probleem nog steeds niet voldoende duidelijk was.  Op de vraag of zij nu rustig konden gaan slapen zeiden ongeveer een derde van wel en zes dat ze er nu verder in gingen verdiepen. De rest had zijn mening nog niet geformuleerd.  Ook opvallend was dat slechts 25% van de aanwezigen na afloop dacht dat Nederland in het gelijk gesteld gaat worden.  Gelukkig was er slechts één aanwezige die vreesde voor aanpassing met terugwerkende kracht.

Tot slot: over de rechtvaardigingsgronden

De toekomst zal leren of er rechtvaardigingsgronden zijn die bij toetsing stand houden.  Eén van die rechtvaardigingsgronden is dat een adequaat leeftijdsonafhankelijk pensioenniveau voor jong en oud leeftijdsonderscheid vereist. De Nederlandse methodiek heeft alleen wel van meet af aan de rekenrente (de basis voor de premievaststelling) fiscaal vastgezet op 4%, terwijl de rente al sinds deze wettelijke vastlegging in 1999 gestaag steeds lager is geworden. De vraag is of er dus wel echt sprake is van een gelijke opbouw voor jong en oud, nu de premies voor de standaard DC staffels zoals de belastingdienst deze op basis van de wet heeft vastgesteld gaandeweg de tijd nooit werden aangepast aan wijzigingen in rente. Daarnaast speelt nog iets anders een rol. Voor de Nederlandste staffels wordt doorgaans een leeftijdsgroep van 5 jaar gebruikt (ook dit hoeft niet). Maar met name aan het einde zit er nogal een verschil tussen het eerste jaar in die groep en het laatste jaar in die groep. Ook daarvan is de vraag of er wel een rechtvaardige opbouw naar leeftijd is. Er blijven dus nog steeds veel onduidelijkheden over en het is zeker niet zo dat er van uit gegaan kan worden dat alles in orde is.

Zonder nu de pretentie te hebben de toekomst te kunnen voorspellen, heb ik toch de behoefte om een aanzet te geven over de gedachtenvorming. Bij de sessie met de professoren werd duidelijk dat de kern van de discussie gaat over wat er nu precies toegezegd wordt door de werkgever. Als er een pensioen wordt beloofd, dan moet de jaarlijkse opbouw voor alle leeftijden gelijk zijn. Als er een premie wordt beloofd, dan moet die premie voor alle leeftijden gelijk zijn. En wat wordt er bij een beschikbare premie ook weer toegezegd: de premie toch? Toch toevallig dat op de middag voor het zomerreces onze Staatssecretaris in de perspectiefnota aankondigde te gaan kijken naar leeftijdsonafhankelijke premies voor het nieuwe pensioenstelsel. Een stijgende premie vindt het Kabinet bezien vanuit een goede werking van de arbeidsmarkt en het voorkomen van bijvoorbeeld intergenerationele herverdeling onwenselijk.  En zo is het cirkeltje weer rond…

 Contact met Mercer?
Bent u benieuwd wat Mercer voor u kan betekenen? Neem dan contact met ons op via onderstaand contactformulier.
*Verplicht veld
Voornaam is verplicht
Achternaam is verplicht
Uw rol is verplicht
Organisatie is verplicht
Industrie is verplicht
E-mail is verplicht E-mail is ongeldig
Phone number is required
Bedrijfsnaam is verplicht
Land is verplicht

Ik wil graag meer informatie over de producten, diensten en aanbiedingen van Mercer ontvangen. Ik begrijp dat ik op elk moment kan uitschrijven.

Door te klikken op Verzenden, gaat u akkoord met het gebruik van uw persoonlijke gegevens volgens de Mercer Privacy Statement. Uw persoonlijke informatie kan worden overgedragen voor verwerking buiten het land van uw verblijf, waar de normen voor de bescherming van gegevens verschillend kan zijn.

Foutmelding. Check alstublieft alle velden, en probeer nogmaals..

Hartelijk dank voor het invullen van het formulier. Wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.