Pensioenakkoord

Op 10 mei jongstleden heeft demissionair minister Koolmees de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rondom de uitwerking van het Pensioenakkoord. De consultatieronde van het concept wetsvoorstel heeft tot veel reacties geleid. Alle inbreng wordt zorgvuldig bekeken en gewogen. Op een aantal onderdelen zal verduidelijking en verdere uitwerking moeten plaatsvinden, een aantal onderdelen zal mogelijk nog (beperkt) gewijzigd worden. Naar verwachting zal het Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen begin 2022 in de Tweede Kamer worden ingediend.

De tijdlijn rondom het Pensioenakkoord zal er naar verwachting als volgt uit komen te zien:

 

Voor u als pensioenfondsbestuurder is wachten uiteraard niet nodig. Eén van de eerste stappen die gezet dient te worden is de keuze voor een pensioencontract. Alle ogen zijn hierbij in eerste instantie gericht op sociale partners. Het bestuur zal hier nauw bij betrokken zijn en dient de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en evenwichtigheid van het contract te bezien. Uiteraard hebben wij heldere presentaties beschikbaar, waarmee de complexe materie aan alle partijen kan worden toegelicht.

Onze ervaring is dat het benoemen van uitgangspunten behulpzaam kan zijn bij het maken van de contractkeuze. Wat vinden partijen belangrijk? Is een eigen beleggingskeuze voor deelnemers een belangrijk uitgangspunt of willen ze gewoon ontzorgd worden? Is het voorkomen van pensioenkortingen belangrijker dan indexeren? Het maken van keuzes helpt om tot die contractvorm te komen die het meest passend is voor uw deelnemers. Wij zijn u graag nader van dienst.

 

Aankondiging Webinar Contractkeuze Pensioenakkoord

In oktober / november zullen wij een Webinar organiseren voor al onze pensioenfonds-relaties waarin wij u zullen meenemen in het proces rondom het maken van een voorkeurskeuze / denkrichting voor een nieuw pensioencontract. 
U ontvangt op korte termijn meer informatie van ons over deze online presentatie.

 

Proces collectieve waardeoverdrachten 

DNB heeft naar aanleiding van rondetafelgesprekken met pensioenfondsen en hun adviseurs de toelichting bij het proces voor collectieve waardeoverdrachten (CWO) aangescherpt. De belangrijkste aanpassingen en aanvullingen zijn volgens DNB:

 

- Er is een checklist voor een cijfermatige onderbouwing toegevoegd aan Open Boek Toezicht. De checklist is van de site van DNB te downloaden.

- De mogelijkheid tot opschorting van de CWO melding is opgenomen in de toelichting op de meldingsformulieren. DNB kan het beoordelingsproces opschorten als de gevraagde informatie niet beschikbaar is danwel van onvoldoende kwaliteit om de CWO inhoudelijk te kunnen beoordelen. Standaard hanteert DNB een opschortingstermijn van 2 weken.

- Tot slot is de werkwijze met betrekking tot de beoordeling van de deelnemerinformatie geactualiseerd in de toelichting op de meldingsformulieren.  

 

 

Geen nieuwe AG Prognosetafel in 2021

Bij de presentatie van de Prognosetafel AG2020 kondigde het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) aan dat in de loop van 2021 zou worden bekeken of de levensverwachting moet worden aangepast naar aanleiding van nieuwe overlijdensdata en informatie over COVID-19. Zoals u wellicht heeft vernomen heeft het AG op 5 juli jl. bekendgemaakt dat zij op dit moment geen aanleiding ziet om de Prognosetafel AG2020 aan te passen. In september 2022 wordt de eerstvolgende tafel, Prognosetafel AG2022, gepubliceerd. Onderstaand is een korte toelichting opgenomen bij de overwegingen van het AG.

 

In de Prognosetafel AG2020 worden de Nederlandse sterftekansen bepaald op basis van de Europese trend en de Nederlandse afwijking van die trend. Om iets te kunnen zeggen over de eventuele impact van de COVID-19 pandemie heeft het AG weekdata van de werkelijke sterftegevallen in Nederland in 2020 en de eerste tien weken van 2021 geanalyseerd. Omdat het gevoerde pandemie beleid, en dus ook de effecten van het beleid, tussen landen sterk kan verschillen zijn alleen extra sterftedata van Nederland bekeken.

De uitkomsten van de analyse laten zien dat sterfte als gevolg van COVID-19 vooral voorkomt bij de allerhoogste leeftijden, en dat het verhoogd risico op overlijden voor mannen iets groter is dan voor vrouwen. Zoals verwacht is in de analyse van de data het verloop van de pandemie te zien, met een eerste golf van extra sterfte in april 2020 en een tweede golf van extra sterfte aan het einde van 2020.

Uit de analyse is gebleken dat aan het einde van de eerste tien weken van 2021 de werkelijke sterftedata weer ongeveer overeenkomt met de verwachte sterfte volgens de Prognosetafel AG2020 voor dezelfde periode.

Het AG stelt dat de vaccinatieprogramma’s hiervoor lijken te hebben gezorgd en verwacht dat de bescherming die deze zouden bieden nog toeneemt naarmate meer mensen gevaccineerd worden. Om die reden en vanwege toename van natuurlijke immuniteit als gevolg van doormaken van de ziekte ziet het AG op dit moment geen doorslaggevende redenen om aan te nemen dat er als gevolg van de pandemie substantieel meer overlijdensgevallen mogen worden verwacht dan eerder volgens AG2020 geprognosticeerd. Dit resulteert in de conclusie van het AG dat er op dit moment geen aanleiding is om een aanpassing te publiceren van de Prognosetafel AG2020.


Ook het CBS is al snel na het begin van de pandemie modellen gaan ontwikkelen om de oversterfte als gevolg van COVID-19 in te kunnen schatten. Het CBS heeft ook de gevolgen van de pandemie voor de (periode)levensverwachting onderzocht. Het CBS geeft hierbij aan dat zij verwacht dat de levensverwachting na de COVID-19 pandemie weer terug zal keren op het oude niveau, vergelijkbaar met de ontwikkeling van de levensverwachting na de Spaanse griep of de tweede wereldoorlog.

 

In september 2022 wordt de eerstvolgende nieuwe tafel, Prognosetafel AG2022, verwacht.

 

Verzamelwet SZW 2022 bij de Tweede Kamer ingediend

Demissionair minister Koolmees van Sociale Zaken en werkgelegenheid heeft op 27 augustus 2021 het jaarlijkse wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2022 bij de Tweede Kamer ingediend.

 

Het wetsvoorstel heeft tot doel een aantal wetten op het gebied van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te wijzigen. De wijzigingen beogen geen substantiële beleidswijzigingen en zien op technische verbeteringen, tekstuele aanpassingen en verheldering van bepaalde punten van onder meer de AOW, de WIA, de WW alsmede de Participatiewet.

 

Status Wetsvoorstel pensioenverdeling bij scheiding

Bij de Tweede Kamer is het voorstel voor de Wet pensioenverdeling bij scheiding 2021 (WPS 2021) in behandeling. De WPS 2021 is de (beoogde) opvolger van de Wet verevening van pensioenrechten bij scheiding (WVPS) die sinds 1995 van toepassing is. Onder nieuwe wetgeving wordt conversie (omzetting) het uitgangspunt, en niet langer verevening.

 

In verband met een redelijke uitvoeringstermijn voor pensioenuitvoerders was de beoogde datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel 1 januari 2021. Deze is vervolgens verschoven naar 1 januari 2022. Op 8 juli 2021 heeft demissionair minister Koolmees aangegeven dat de beoogde inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel (nog) verder is opgeschoven, namelijk naar 1 juli 2022.

 

Beleggingen – Marktonrust in China

Naar aanleiding van de marktonrust in China in de zomer als gevolg van het ingrijpen van de toezichthouder in enkele sectoren hebben wij een Mercer opinie vastgesteld met betrekking tot beleggingen in aandelen uit China.
Onze conclusie is dat wij adviseren door te gaan met het opbouwen van strategische posities in Chinese aandelen, maar deze op dit moment nog niet zouden overwegen.  

 

Naar aanleiding van de marktonrust in China in de zomer als gevolg van het ingrijpen van de toezichthouder in enkele sectoren hebben wij een Mercer opinie vastgesteld met betrekking tot beleggingen in aandelen uit China.

 

Mercer is strategisch positief over Chinese aandelen. We hanteren hierbij een beleggingshorizon van meer dan 10 jaar. Aandelenmarkten zijn volatiel, vooral in opkomende markten maar dit betekent niet dat wij zouden adviseren om strategische posities af te bouwen bij iedere daling van koersen. Zo heeft Mercer ook strategische posities behouden tijdens de kredietcrisis van 2008 en tijdens de coronacrisis in maart/april 2020.

 

Mercer is van mening dat emerging markets (opkomende markten) een vaste allocatie dienen te hebben in een goed gebalanceerde aandelenportefeuille. China’s snel veranderende economie die in toenemende mate door consumptie wordt gedreven is significant ondervertegenwoordigd in zowel standaard benchmark indices en veel aandelenportefeuilles van institutionele beleggers. Zelfs van degene met een brede allocatie naar opkomende markten.

 

De exposure naar China in opkomende markten aandelenindices is hoofdzakelijk gericht op de offshore equities, welke voornamelijk genoteerd zijn in Hong Kong en de VS. Dit gaat voorbij aan de waarschijnlijkheid dat de toekomstige dynamiek van de Chinese economie in toenemende mate zal worden weerspiegeld in de onshore aandelenmarkt. Deze aandelen worden aangeduid als China A-shares. Dit is de reden dat Mercer van mening is dat beleggers een grotere allocatie zouden moeten hebben naar China’s onshore market via een dedicated China aandelenallocatie.

 

Hoewel hogere economische groei vaak wordt gezien als de belangrijkste reden om te alloceren naar China’s onshore markets, zou groei moeten worden gezien als een additioneel en minder zeker voordeel. De werkelijke aantrekkelijkheid wordt veroorzaakt door de verbeteringen die een standalone allocatie kan verzorgen voor de gehele aandelenportefeuille door de lage correlatie met andere aandelenmarkten en de mogelijkheden voor actief management.

 

Het timen van de markt is moeilijk en wij zouden niet adviseren om vanwege de meest recente ontwikkelingen strategische beslissingen te lang uit te stellen. In ons huidige SAA+DAA kader hebben wij strategische posities opgebouwd voor de lange termijn (SAA) zonder hierbij te veel aandacht te vestigen op wat markten op enig moment doen. Vervolgens gebruiken wij onze DAA visie op de middellange termijn om posities te onder- of overwegen ten opzichte van de strategische positie. Bijvoorbeeld: wanneer een cliënt strategisch 10% van haar aandelenportefeuille alloceert naar China en Mercer een positieve blik heeft op de middellange termijn, de positie verhoogd kan worden naar 12%.

 

Mercer is momenteel neutraal op China onshore en offshore – hetgeen betekent dat we de positie naar Chinese aandelen in lijn houden met het strategisch gewicht. De macro omgeving is onzeker op het moment (het hardhandig optreden van de Chinese overheid voor wat betreft regelgeving en regionale lockdowns) maar waarderingen lijken dit al te reflecteren. Daarmee kan het ook een aantrekkelijk koopmoment worden voor de lange termijn belegger. Wij denken dat er op de korte termijn nog negatieve berichtgeving kan volgen, daarom zijn wij neutraal, maar dit kan later in het jaar veranderen naar een meer positieve blik.

 

Samengevat: Mercer zou doorgaan met het opbouwen van strategische posities, maar deze op dit moment nog niet overwegen.