Mercer | Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel

Pensioenuitdagingen in beeld

Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel

Eerder berichtten wij u al over het nieuwe pensioenstelsel in de startblokken. Het kabinet heeft nu op 8 juli 2016 de aftrap gedaan met de Perspectiefnota Toekomst Pensioenstelsel.

Uitgangspunten nieuwe pensioenstelsel

In de nota wordt  voortgeborduurd op de eerdere rapporten van de SER die over de toekomst van het pensioenstelsel zijn gepubliceerd.

Uitgangspunten bij het nieuwe pensioenstelsel zijn een stelsel met voor eenieder voldoende pensioenopbouw, begrijpelijkheid en behoud van het goede van het huidige stelsel. Een belangrijke uitwerking hiervan is een  leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie. Het kabinet wil met andere woorden af van de doorsneesystematiek die allerlei herverdelingsproblemen kent ten aanzien van bijvoorbeeld jong naar oud en van laag- naar hoog opgeleid. Het kabinet wil daarmee komen tot een evenwichtigere arbeidsmarkt, waarbij ouderen bijvoorbeeld gemakkelijker van baan kunnen wisselen. Opmerkelijk is dat hiermee een nu nog wettelijke verplichting tot doorsneepremie voor verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen vanaf 2020 wordt omgezet in een verbod op doorsneepremie

Pensioencontracten

Het kabinet wil de volgende pensioencontracten onderzoeken:

  1. Persoonlijke pensioenvermogens waarbij kan worden doorbelegd na pensionering. Feitelijk is dit al gerealiseerd met de Wet verbeterde premieregeling die naar verwachting op 1 september 2016 in werking treedt.
  2. Hetzelfde als 1 maar dan met deling van risico’s binnen bepaalde generaties. Feitelijk is dit ook al gerealiseerd met de Wet verbeterde premieregeling, waarin risico’s binnen een collectief kunnen worden gedeeld en worden gespreid over vijf jaar (wordt nog gewijzigd in 10 jaar).
  3. Zelfde als 1 maar dan met uitgebreide risicodeling waarbij een buffer kan worden gevormd waarmee fluctuaties in rendementen worden gedempt.
  4. Een ambitieovereenkomst die lijkt op het voormalige reële kader dat eerder is voorgesteld waarin pensioenen kunnen meebewegen met financiële schokken.
  5. De huidige uitkeringsregelingen (salaris/diensttijd) maar dan met een degressieve opbouw zodat voor alle leeftijden (min of meer) dezelfde premie wordt geheven.

Het kabinet overweegt daarbij om deelnemers meer flexibiliteit te bieden, bijvoorbeeld om in bepaalde fases in hun leven een premie-holiday in te lassen of om pensioenpremies/of –gelden aan te wenden voor zorg of het financieren van een woning. Verder wil het kabinet meer maatwerk bereiken in de beleggingen voor individuele deelnemers, waarbij een betere afstemming plaatsvindt tussen risicoprofiel en de voorkeuren en kenmerken van mensen.

Witte vlekken

Aandacht zal worden besteed aan de zogenoemde ‘witte vlekken’; mensen die nu (veelal) buiten het pensioenregime vallen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan flexwerkers en ZZP-ers.

Nationale pensioenfonds en individuele variant afgeserveerd

Voor een nationaal pensioenfonds lijkt geen brede steun dus dit is niet een variant die verder wordt onderzocht door de regering. Hetzelfde geldt voor het individuele pensioencontract, waar op basis van vrijwilligheid voor pensioen kan worden gespaard. Beide varianten waren nog opgenomen in het SER-rapport uit 2015.

Invaren wordt weer van stal gehaald

Het kabinet gaat met frisse moed opnieuw de mogelijkheden onderzoeken om opgebouwde pensioenen in te varen in het nieuwe stelsel en ziet wel aanknopingspunten om dat te realiseren, ondanks de mogelijke inbreuk op het eigendomsrecht. Daarbij zal het kabinet ondersteuning bieden aan pensioenuitvoerders om dit te realiseren en wordt bekeken of het individuele bezwaarrecht bij een waardeoverdracht kan komen te vervallen.

Overgangsperikelen

Naast de invaarproblematiek is de overgang naar een nieuw leeftijdsonafhankelijk stelsel één van de hete hangijzers. Ouderen van nu hebben immers als jongeren bijgedragen aan het pensioen van ouderen en komen bij een leeftijdsonafhankelijk systeem (bijvoorbeeld een leeftijdsonafhankelijke beschikbare premie of een degressieve opbouw) tekort ten opzichte van volledige deelname aan het huidige systeem. In de nota wordt geconcludeerd dat verwacht wordt dat via een overgangssysteem binnen een periode van 25 jaar de achteruitgang kan worden ondervangen, maar onderzocht kan worden of die periode verder kan worden verkort naar bijvoorbeeld 10 jaar.

Fiscale Perikelen

De fiscale wetgeving zal worden geënt op het nieuwe stelsel, met dus naar verwachting de fiscale begeleiding van een hogere leeftijdsonafhankelijke premie (naar wij verwachten in lijn met het lijfrenteregime) en leeftijdsafhankelijke degressieve opbouwpercentages op basis van leeftijd. Overgang naar het nieuwe stelsel zal ook fiscaal worden begeleid bijvoorbeeld door het huidige systeem te blijven hanteren voor ouderen.

Leeftijdsonderscheid

Het kabinet stelt dat een degressieve opbouw kan leiden tot leeftijdsonderscheid, maar acht dat dan objectief gerechtvaardigd met bijvoorbeeld het oog op het arbeidsmarktbeleid en het voorkomen van in haar ogen onwenselijke generatie-effecten.

Verdere stappen op korte termijn

Het kabinet wil kort na de zomer de volgende zaken nader uitwerken:

  1. Welke pensioencontracten mogelijk zullen worden gemaakt, waarbij de Wet verbeterde premieregeling die binnenkort in werking treedt al een voorzet bevat voor de eerste twee hierboven genoemde contracten.
  2. De transitie bij het afschaffen van de doorsneesystematiek moet verder worden uitgewerkt. Daarbij zal in kaart worden gebracht in hoeverre een evenwichtige transitie binnen een kortere periode mogelijk is.
  3. Het kabinet zal samen met DNB en AFM in beeld brengen welke gevolgen de verschillende pensioenovereenkomsten voor het toezicht zullen hebben.
  4. Als er meer duidelijkheid is over de nadere invulling van de pensioenovereenkomsten, kunnen ook de juridische en fiscale kaders nader worden uitgewerkt.

Verdere verbeteringen in huidige stelsel

Naast de uitwerking van het nieuwe stelsel wil het kabinet de komende periode nog enkele verbeteringen doorvoeren aan het huidige stelsel:

  1. Er komt een verplichting tot waardeoverdracht van kleine pensioenen die naar verwachtingmedio 2017 in werking treedt. Hierdoor krijgen werknemers die nu meerdere keren door kortlopende dienstverbanden met afkoop klein pensioen worden geconfronteerd, een forse verbetering in hun pensioenvoorziening.
  2. De lagere regelgeving voor de Wet verbeterde premieregeling, die naar verwachting op 1 september 2016 in werking zal treden, wordt uitgewerkt.
  3. Het kabinet zal uitwerken op welke manier de communicatie richting deelnemers over de onzekerheden rondom pensioen kan worden verbeterd.
  4. Ook zal het kabinet bezien hoe samenwerking tussen verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen kan worden vormgegeven.