Mercer | Concept Pensioenakkoord

Onderdeel B

Onderdeel B

Het pensioencontract

Onderdeel B betreft het pensioencontract waarvoor kan worden gekozen (voor de tweede pijler). Sociale partners beseffen dat pensioen niet door pensioenfondsen gegarandeerd kan worden. De pensioenkortingen en het feit dat pensioenen al jaren niet geïndexeerd kunnen worden bewijzen dit. Het voorgestelde pensioencontract, doet sterk denken aan de huidige collectieve beschikbare premieregeling; een middelloonregeling waarbij de werkgever een vaste premie betaalt. Als de premie niet voldoende is, gaat de opbouw in dat jaar omlaag. Als het financieel tegenzit bij het pensioenfonds, gaan de opgebouwde pensioenen omlaag. Dit is vooraf bekend bij de deelnemers.

De spelregels voor indexatie en kortingen worden vereenvoudigd. De verplichte buffers verdwijnen. Mee- en tegenvallers worden, kennelijk, in maximaal 10 jaar gespreid, zoals bij de Wet verbeterde premieregeling. Daarmee blijft de solidariteit tussen werknemers, slapers en pensioengerechtigden gehandhaafd. Het contract gaat zowel voor het verleden als de toekomst gelden. De individuele pensioenpotten, die het kabinet wenst, worden in dit akkoord niet gehonoreerd. Het lijkt er op dat premiedemping op basis van verwacht rendement - waarmee in de praktijk de premie laag kon worden gehouden - gaat verdwijnen.

Het nieuwe contract komt naast het bestaande palet aan pensioencontracten. Dit biedt dus de mogelijkheid bestaande pensioencontracten voort te zetten. Voor partijen die in de opbouwfases wél al individuele pensioenpotten willen, kunnen beschikbare premieregelingen worden ingevoerd of gehandhaafd.

 

Wat vindt Mercer

De voorgestelde invulling lost enige discussiepunten op. De premie wordt meer kostendekkend betaald ten opzichte van de pensioenverplichtingen. Daarnaast is indexatie op een eerder moment mogelijk. Er blijft een collectieve beleggingsmix bestaan, waarmee niet zogenoemde pech- en gelukgeneraties zouden kunnen ontstaan.

Wat betreft de uitkeringsfase sluit het voorstel naadloos aan met de voorstellen die Mercer eerder (vanaf 2014) naar buiten bracht. Wat betreft de opbouwfase zien wij echter als belangrijk bezwaar dat het uitgangspunt een in te kopen – zij het voorwaardelijke - uitkering blijft. De hoogte van de inkoop hangt af van vele veronderstellingen (zoals rente, sterftegrondslagen), die momenteel aanleiding geven tot veel discussie en onbegrip. Ook de dekkingsgraad blijft, naar wij begrijpen, bestaan in de opbouwfase.  Hiermee blijft het stelsel complex. Deze complexiteit en de overhevelingen die tussen generaties kunnen plaatsvinden door de aannames, zijn een belangrijke reden voor het onbegrip en het  afgenomen vertrouwen in ons pensioenstelsel.

Datzelfde geldt bij het invaren van de opgebouwde pensioenen. De stap naar individuele pensioenpotten had deze problemen voor een deel opgelost. Aan de andere kant, indien gewenst staat de Wet verbeterde premieregeling ter beschikking. Deze wet is er voor partijen (ook BPF-en) die dit bezwaar in de opbouwfase te zwaar vinden wegen.

  Meer weten over deze of andere wetswijzigingen?
Vraag dan vrijblijvend een gesprek aan met één van onze consultants door de onderstaande gegevens in te vullen. Wij nemen binnen drie dagen contact met u op.
*Verplicht veld

Door te klikken op Verzenden, gaat u akkoord met het gebruik van uw persoonlijke gegevens volgens de Mercer Privacy Statement. Uw persoonlijke informatie kan worden overgedragen voor verwerking buiten het land van uw verblijf, waar de normen voor de bescherming van gegevens verschillend kan zijn.