Lage rekenrente tussen emotie en ratio | Mercer 2019

Lage rekenrente tussen emotie en ratio | Mercer

Onze Deskundigheid /

Lage rekenrente tussen emotie en ratio
Calendar10 juli 2019

Hoewel het hart van Marc Heemskerk links zit, is hij tegen verhoging van de rekenrente. Zelfs zijn tachtigjarige moeder kan hem niet op andere gedachten brengen.

De rekenrente kom je tegenwoordig overal tegen. Zelfs mijn eigen moeder bemoeit zich nu met mijn vakgebied en meldt emotioneel dat ‘wij oudjes wel erg gepakt worden.’ Deze rekenrente dreigt naar een minimaal niveau te dalen, momenteel zo’n 1%. Met name links politiek georiënteerd

Nederland is fel gekant tegen deze lage rekenrente, maar ook de rechterkant die kiezers wil winnen steunt het verzet. Ondanks mijn linkse hart deel ik dit protest niet. Ik licht dit hieronder nader toe.

De grootste misvatting in het rekenrentedebat is dat er meer geld te verdelen zou zijn door de rekenrente hoger vast te stellen.

1.   Als we de rekenrente laag aststellen, moeten we nu bijna al het geld gereserveerd houden om alle opgebouwde pensioenen uit te kunnen keren. We rekenen immers nauwelijks beleggingsopbrengsten in. Er blijft dan dus nu nauwelijks iets over voor toeslagverlening en er kan mogelijk zelfs een tekort zijn, waardoor opgebouwde pensioenen verlaagd moeten worden.

2.   Als we de rekenrente hoog vaststellen, gaan we er op voorhand vanuit dat rendement een grote bijdrage zal leveren in de toekomst. We hoeven nu dan ook veel minder in kas te hebben. Kortingen zijn niet aan de orde en mogelijk hebben we overschotten om pensioenen te verhogen.

Welke rekenrente kiest u? Vermoedelijk de tweede toch?

Maar, hier zit dus de misvatting, uiteindelijk gaat het niet om de rente waarmee we vandaag rekenen, maar het werkelijk rendement wat we in de toekomst maken. De rekenrente is alleen een verdelingsinstrument. Stellen we hem hoog, dan geven we meer geld aan de huidige gepensioneerden. Stellen we hem laag, dan bewaren we de middelen voor toekomstige generaties.

En wat wordt dat toekomstige rendement dan? Tja, als we dat eens wisten. Wat we wel weten is dat pensioenfondsen vandaag de dag voor ongeveer de helft in vastrentende waarden beleggen. En dat het rendement op deze

categorie erg laag is. Vorige week werd een tienjarige Duitse staatslening uitgegeven met zelfs een negatief rendement, die massaal door pensioenfondsen werd gekocht. Deze fondsen leggen zich hiermee vast op een negatief rendement voor de komende tien jaar. Ook als de rente gaat oplopen.

Rooskleuriger

De andere helft beleggen pensioenfondsen in zakelijke waarden. De vooruitzichten voor deze categorie zijn historisch gezien wat rooskleuriger, maar garanties zijn er niet. De vraag wat het verwacht toekomstig rendement kan zijn, of een ‘voorzichtig’ verwacht rendement, kan door niemand echt worden beantwoord. Het heeft dan ook mijn voorkeur om meer vanuit een maatschappelijk oogpunt naar de rekenrente te kijken.

Stel dat we de rekenrente laag houden. Pensioenen moeten nu dan mogelijk worden gekort en de toekomstige opbouwpercentages voor pensioen zijn laag. Louter gepensioneerden merken dit nu al in hun koopkracht. Is dit maatschappelijk verantwoord? Persoonlijk denk ik van wel. Het tweede-pijlerpensioen is aanvullend op de aow-uitkering en de aow-uitkering biedt in deze tijd al een inkomensbasis voor eenieder. Uiteraard is het uitblijven van indexatie of mogelijk zelfs korten van pensioenen niet prettig, maar er zal geen boterham minder om gegeten worden en degenen die fors moeten inleveren door een korting hebben als troost dat zij dan ook een fors aanvullend pensioen hebben. Bovendien hebben sommigen nog andere vermogensbestanddelen.

Volgens Nibud-onderzoek geeft de 75-jarige sowieso 20% minder uit dan de 65-jarige gepensioneerde. Onvolledige indexatie of korting lijken dus meer emotionele dan financiële problemen te geven. Deelnemers hebben ogenschijnlijk een nadeel door lagere opbouwpercentages, maar feitelijk zijn zij beter af met lage opbouwpercentages en een goede dekking (met indexatiepotentieel) bij hun fonds dan hogere opbouwpercentages met een slechtere dekking (met forse kortingskans).

Het werkelijk beleggingsrendement bepaalt uiteindelijk de uitkering. Als de rente nog vele jaren laag blijft en zakelijke waarden bieden onvoldoendeextra rendement, is in het scenario van een lage rekenrente weinig aan de hand. We hadden er immers op gerekend en we hebben ook voor onze jongste generatie nog een pensioenuitkering. En wat gebeurt er als het rendement meevalt? Dan gaan we pensioenen wederom verhogen, alleen wat later dan achteraf bezien had gekund. De vraag is of we de huidige gepensioneerden oneerbaar hebben behandeld.

2. Stel dat we de rekenrente hoog vaststellen. Als het werkelijke rendement dan ook hoog uitpakt, hebben we het perfect gedaan en heeft iedereen ekregen wat hem toekwam. Maar, er is ook een kans dat we dit hoge rendement niet halen en pensioenfondsen het de komende tien jaar moeten doen met het kommer- en kwelrendement dat ook u op uw spaarrekening haalt. In dat geval is de pensioenpot verteerd door de oudere generatie en rest ons weinig anders dan ons, internationaal zo geroemde, pensioenstelsel voort te zetten als een volledig omslagstelsel.

Durft u de gok te nemen, welke rekenrente kiest u? Geeft emotie of ratio de doorslag? Ik zou het – zelfs dus met mijn linkse hart – wel weten, hoewel dit me wel een verdrietige tachtigjarige moeder oplevert die haar opvoedboeken opnieuw ter hand zal nemen. Het is aan de politiek of beter nog de polder.

  Contact
Vul uw gegevens in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
*Verplicht veld