Mercer | Een historische blik op de rekenrente

Mercer | Een historische blik op de rekenrente

Uw pensioenfonds in 2017

Historische blik op rekenrente

Wat levert een historische kijk naar de rekenrente ons? Mercer heeft retrospectief de effecten berekend van de rekenrente op de pensioenreservering van een gemiddeld pensioenfonds. Hieronder leest u de bevindingen.

Sinds de invoering van het Financieel Toetsingskader voor Pensioenfondsen per 1 januari 2007 is er vrijwel voortdurend discussie geweest over  de (markt)rekenrente die pensioenfondsen moeten gebruiken. En omdat de rente bleef dalen, is de methodiek tussentijds aangepast: , de Ultimate Forward Rate (UFR)  werd ingevoerd per 30 september 2012  en de UFR-methodiek werd aangepast per 15 juli 2015. 

De rekenrente heeft een directe invloed op de verdeling van het pensioenvermogen tussen generaties. Een hoge rekenrente is balans technisch gunstig voor een pensioenfonds, omdat het leidt tot lage pensioenverplichtingen en de mogelijkheid om pensioenen te indexeren. Met name ouderen, die op dit moment een uitkering ontvangen,  hebben dan ook financieel baat bij een hoge rekenrente. Een lage rekenrente leidt tot  een ongunstigere financiële positie voor het pensioenfonds, geen indexatie en zelfs kortingen zijn mogelijk. Een lage rente is dan ook ongunstig voor ouderen: Er wordt minder pensioen uitgekeerd, waarmee  meer middelen in de pensioenpot aanwezig blijven voor toekomstige generaties.

Op 30 januari jl. verscheen de meest recente publicatie over de rekenrente, een rapport van het centraal planbureau (CPB)  “Effecten van bodem in rekenrente voor pensioenfondsen”. In dit rapport worden prognoseberekeningen gemaakt, waarbij wordt uitgegaan van hogere rekenrentes dan de huidige rente (circa 1,4%). Het rapport is dus vooruitkijkend  (prospectief) opgesteld, waarbij veronderstellingen over rendementen leidend zijn voor de uitkomsten en conclusies.

Maar waar de toekomst onzeker is, biedt het verleden wel zekerheid. Daarom heeft Mercer ook retrospectief de effecten berekend van de rekenrente op de pensioenreservering van een gemiddeld pensioenfonds. Mercer beschouwde de verschillende leeftijdsklassen binnen dit pensioenfonds, gedurende de periode van het Financieel Toetsingskader. Per 31 december 2006 was de gemiddelde rekenrente 4,3%, waar deze per 31 december 2016 gemiddeld 1,4% bedroeg.  In onderstaande tabel treft u het resultaat aan. Klik op de tabel voor een numerieke weergave.  

Gedurende deze periode is het pensioenfonds constant verondersteld wat betreft verplichtingen, leeftijdsklassen en pensioenleeftijd. Uit de tabel blijkt dat bij aanvang van het FTK nog 61% van de pensioenreservering toegekend kon worden aan actieve deelnemers en slapers. Eind 2016 was dit percentage opgelopen tot 68%. Voor 65-plussers met een ingegaan ouderdomspensioen liep het aandeel in de pensioenverplichtingen terug van 39% naar 32%.

Mercer wil geenszins een standpunt innemen over welke rekenrente juist of gewenst is. Uit de berekeningen blijkt enkel dat ons pensioenstelsel vele vormen van solidariteit kent tussen generaties. En waar doorsneepremie bijvoorbeeld een verschuiving van middelen van jong naar oud kent, was de afgelopen 10 jaar voor de pensioenreservering een verschuiving van oud naar jong zichtbaar.