Pensioenakkoord | Toekomst | Mercer

Uw Pensioenfonds

Duurzaam contract kan ook zonder pensioenakkoord

Nederland heeft volgens diverse pensioenexperts geen nieuw pensioenakkoord nodig om verder te kunnen met de hervorming van het pensioenstelsel.

Volgens Mercer biedt de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) – met zijn mogelijkheid tot variabele uitkering – al voldoende handvatten voor een nieuwe duurzame pensioenregeling. Ook andere deskundigen zijn die mening toegedaan. Pensioenjurist Erik Lutjens stelt daarnaast dat een pensioenakkoord evenmin nodig is om zzp’ers toegang te geven tot de tweede pijler.

De Wvp voldoet al aan de voorwaarden ‘eenvoudiger, maatwerk, flexibel en toereikend pensioen’, die voormalig staatssecretaris Jetta Klijnsma in 2015 stelde bij de start van de dialoog over een nieuw stelsel, betoogde actuaris Marc Heemskerk donderdag tijdens een pensioenseminar van zijn werkgever Mercer in Rotterdam.

Volgens hem zou de huidige pensioenregeling van Shell – met een opbouw- en uitkeringsfase, en met nog steeds de elementen collectief en solidair – prima kunnen fungeren als een blauwdruk voor een nieuw stelsel.

Heemskerk stelde voor over te stappen naar een systeem met collectieve opbouw voor individueel pensioenkapitaal in een dc-regeling, in een opbouwpool waarbij de deelnemers hun beleggingsmix kunnen kiezen. In de opbouwfase van zo’n ‘premieovereenkomst met beleggingsvrijheid’ zijn de vaak omstreden punten, zoals financiële buffers, rekenrente en premiedekkingsgraad niet meer aan de orde, Deelnemers kunnen juist wel profiteren van de huidige sterke punten in ons stelsel, zoals beleggingsschaal en solidariteit door het delen van beleggings-, kortleven- en arbeidsongeschiktheidsrisico, benadrukte hij.

In zijn stelselconcept wordt het persoonlijke pensioenkapitaal van werknemers tussen hun 57e en hun 67e geleidelijk overgeheveld naar een uitkeringspool met wat minder risicovolle beleggingen en een spreiding van beleggingsresultaat. Deelnemers zouden rond hun 55e moeten kiezen of ze willen deelnemen in de uitkeringspool. Willen ze dat niet, dan krijgen ze op pensioendatum hun kapitaal mee en kunnen ze voor een uitkering shoppen bij een verzekeraar.

Om invaarproblemen te vermijden, zouden pensioenrechten in de bestaande regelingen – met instemming van de individuele deelnemers – kunnen worden overgeheveld naar de nieuwe regeling, aldus de actuaris.

Kortgeleden nog brak de Nederlands-Canadese pensioenexpert Keith Ambachtsheer een lans voor een ‘eenvoudiger en doeltreffend’ stelsel met een rendements- en een veiligheidspool

Minder wantrouwen

Ook Theo Kocken, professor risicomanagement aan de Vrije Universiteit en oprichter van Cardano, is voorstander van een soortgelijk systeem. Volgens hem is de uitkeringspool met het delen van langlevenrisico uitvoerbaar onder het huidige ftk. Opbouw in rendementspool kan ‘met minder complexiteit en minder rekenrentediscussie, en daardoor met minder wantrouwen onder de deelnemers’, bevestigt hij desgevraagd. ‘Bovendien kan er meer maatwerk worden geleverd bij het beleggen.’ Kocken onderstreept dat pensioenfondsen beide pools kunnen verzorgen onder dezelfde verplichtstelling.

Heemskerk – in 2016 uitgeroepen tot Actuaris van het Jaar door het Actuarieel Podium – sprak zich donderdag uit tegen het niet onderbouwd verhogen van de rekenrente om de dekkingsgraad te verbeteren het huidige pensioenstelsel. ‘Dat is vooruitlopen op toekomstige winsten en niet economisch te onderbouwen.’

Hij meende echter dat desondanks de huidige ufr wel zou kunnen worden vervangen door de (hogere) Europese ufr voor verzekeraars, die hij ‘een objectieve grootheid’ noemde. Volgens hem zou daardoor de gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen nu van 108,6% naar 114,2% kunnen stijgen.

Zo’n verhoging is niet onverantwoord, vindt hij, omdat de kortingsgrens voor pensioenfondsen al op 104,3% ligt, in plaats van op 100%. Als alternatief voor verlaging van de kortingsgrens naar 100%, zou ook de rekenrente voor pensioenfondsen wat verhoogd kunnen worden, redeneert hij.

Afgelopen week gaf Eiopa-voorzitter Gabriel Bernardino nog aan dat toepassing van de Europese ufr voor verzekeraars ook mogelijk is voor pensioenfondsen.

Hij benadrukte daarbij wel dat die dan moet worden afgestemd op het nationale toezichtskader. DNB en minister Wouter Koolmees hebben zich tot nu toe echter verzet tegen invoering van de hogere ufr van Eiopa. Zelfs Nederlandse verzekeraars mogen er van DNB niet op blind varen. 

Compenseren doorsneepremie

Omdat pensioenfondsen pas vanaf een dekking van 110% mogen beginnen met een beperkte indexering, zal een verhoogde dekkingsgraad niet direct leiden tot het ‘uitdelen’ van pensioengeld, verwacht Heemskerk. Hij voegde eraan toe dat de nieuwe financiële ruimte zou kunnen worden gebruikt voor het compenseren van oudere werknemers voor de afschaffing van de doorsneepremie.

Overigens relativeerde Heemskerk de kosten van de doorsneepremie voor werknemers die rond hun 45e hun pensioenfonds verlaten omdat ze zzp’er worden. ‘Zij leveren daardoor weliswaar 5,5% van hun “uitzichtpensioen” in, maar doordat de AOW-uitkering ongeveer de helft uitmaakt van hun latere pensioeninkomen, verliezen ze uiteindelijk nog geen 3%’, redeneert hij, verwijzend naar CPB-berekeningen.

De actuaris meent dat het probleem van de AOW-leeftijd kan worden opgelost door 66 als standaard te nemen voor mensen met een laag pensioen, doorgaans werknemers in zware beroepen. Mensen met een hoger pensioeninkomen zouden vanaf 66 proportioneel moeten worden gekort op hun AOW-uitkering als zij vanuit hun tweede pijlerpensioen eerder met werken stoppen dan hun huidige wettige pensioenleeftijd, opperde hij.

Zzp’ers

Heemskerk sprak zich op het seminar verder uit vóór verplichte pensioenopbouw door zzp’ers, ‘tenzij ze kunnen aantonen dat ze voldoende toekomstig pensioenvermogen hebben in bijvoorbeeld hun eigen woning of bedrijf’.

Erik Lutjens, hoogleraar pensioenrecht aan de Vrije Universiteit, meent dat er evenmin een pensioenakkoord nodig is om zzp’ers toegang te geven tot de tweede pijler. Dat kan volgens hem onder meer via ‘een simpele wetswijziging’ die het mogelijk maakt dat pensioenfondsen en ppi’s pensioenregelingen voor zelfstandigen mogen uitvoeren. De IORP-richtlijn maakt dat al mogelijk, stelt hij.

‘Door zelfstandigen toegang te geven tot pensioenfondsen en ppi’s, kunnen deze instellingen gericht producten voor zelfstandigen aanbieden. Bij zowel een apf als bpf zou dat in een afzonderlijke kring met afgescheiden vermogens kunnen.’

Een alternatief kan zijn dat zelfstandigen worden verplicht zich aan te sluiten bij het bedrijfstakpensioenfonds in hun sector. Desgewenst met de mogelijkheid uit te treden, aldus Lutjens. ‘Als zelfstandigen verplicht in het bedrijfstakpensioenfonds deelnemen, vervalt daarmee het belangrijkste argument voor het afschaffen van de doorsneepremie. Die moet zelfs blijven, zodat de oudere zelfstandigen tegen de voor hen 'goedkope' doorsneepremie blijven deelnemen.’

Als er geen wettelijke verplichte deelneming komt, kunnen sociale partners ook zelf het verzoek indienen om de deelneming van zelfstandigen in een bedrijfstakpensioenfonds verplicht te stellen. ‘Voor zelfstandige schilders en de stukadoors geldt dit nu al.’

Lutjens, die op de kandidatenlijst staat voor ouderenpartij 50Plus bij de komende Eerste Kamerverkiezingen, vraagt zich overigens af of de problemen rond arbeidsmarkt en pensioen wel zo groot zijn, en constateert dat cijfers ontbreken bij de discussie. ‘Hoeveel zzp’ers zullen, na aftrek van de franchise, daadwerkelijk pensioen opbouwen bij een pensioenfonds? En hoe groot is de groep met een uurtarief tussen de €18 en €75, die Koolmees in de tweede pijler pensioen wil laten opbouwen?’

‘Bovendien worden de miljoenen deelnemers in pensioenregelingen heus niet allemaal zelfstandig. Zij blijven bij verandering van baan meestal binnen dezelfde bedrijfstak en bij hetzelfde pensioenfonds. Als ze wel overstappen naar een andere sector, kan een soepeler proces voor waardeoverdracht soelaas bieden. Een heel nieuw stelsel is daarvoor niet nodig.’

Dit artikel komt van Pensioenpro.