Investments

Het effect van de Coronacrisis op beleggingen is gigantisch. Het (fonds)vermogen is hard gedaald. Aandelen hebben in een hele korte periode een forse correctie laten zien. Kredietvergoedingen zijn opgelopen omdat beleggers zich zorgen maken over een recessie. Iedereen wil veiligheid en cash. Centrale banken en overheden halen alles uit de kast. Waar vorige maand een recessie alleen een mogelijkheid was, is het nu de vraag hoe en wanneer de wereldeconomie uit de recessie zal komen. Er is naast de grote medische onzekerheid ook nog weinig duidelijkheid of de ongekende beleidsmaatregelen zullen werken. 

 

 

Wat zijn de korte termijn effecten van deze crisis op de economie en financiële markten? 

Is het ergste nu al geweest? Moeten we nu nog risico reduceren, stil blijven zitten of juist ophogen? Het is nog te vroeg om hier een antwoord op te geven. Hoe langer ‘lock-downs’ en ‘social distancing’ nodig blijven om besmetting te voorkomen, hoe langer het duurt voordat economisch herstel komt. Dan pas weten we ook of beleidsmakers voldoende hebben gedaan om permanente schade aan de economie te voorkomen. Financiële markten houden rekening met een forse winstdaling en oplopen van faillissementen. 

 

Moet ik nu herbalanceren? 

Het is altijd verstandig om het beleid dat is uitgezet te volgen. Enig pragmatisme kan echter nodig zijn. Zo kan het voorkomen dat het in deze illiquide en volatiele markten ‘onmogelijk’ is om te handelen in de mate die u hoopt. In dat geval is fasering of uitstel verstandig.  

 

Waar liggen die risico’s en waar zijn mogelijkheden?

Uiteraard hangt dit af van het uiteindelijke scenario, maar het is duidelijk dat sommige categorieën aantrekkelijker gewaardeerd zijn. En dat selectie weer loont. 

 

 

 

Wat zijn de lange termijn effecten voor groei, inflatie en waarderingen? Wat betekent dit voor de lange termijn? Moet ik een nieuwe ALM doen?

Dit is de cruciale vraag. Het enige zinnige dat we er nu – met grote mate van zekerheid – over kunnen zeggen is dat overheidsschulden toenemen. Niet alleen door de hulpprogramma’s, maar ook doordat er waarschijnlijk nog bedrijven/sectoren gered zullen worden. Uiteindelijk zullen die schulden afgelost moeten worden. Centrale banken zullen rentes zo lang mogelijk laag houden. De vraag die lange termijn beleggers zich op lange termijn zullen stellen, is hoe groot het aandeel  van overheden blijft. Of dat betekent dat winstmarges lager zijn, inflatie hoger en koerswinstverhoudingen lager? Het is te vroeg om daar nu al een antwoord op te geven. In de scenario’s zal het echter wel meegenomen moeten worden.  

Chart

 

Pensioen

Mag ik als werkgever de pensioenpremie betalingen uitstellen?

In de uitvoeringsovereenkomst tussen werkgever en pensioenuitvoerder wordt vastgelegd hoe de premiebetaling aan de pensioenuitvoerder geschiedt. In de Pensioenwet zijn in dit kader een aantal voorwaarden gesteld, waaronder op welk moment de premie betaald moet zijn. Als bijvoorbeeld per kwartaal wordt betaald, moet de premie één maand na afloop van het kwartaal aan de pensioenuitvoerder zijn afgedragen. In beginsel is de werkgever hier aan gebonden. Echter, de Stichting van de Arbeid en de koepels van pensioenuitvoerders, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars, hebben op 21 maart jl. met elkaar afgesproken om ondernemers die door de Coronacrisis in financiële problemen zitten, daar waar mogelijk, te helpen. Omdat de problematiek per sector of werkgever verschilt, wordt maatwerk geboden. Zo kunnen pensioenuitvoerders met individuele werkgevers die acute geldproblemen hebben een betalingsregeling treffen. Hiertoe kunnen individuele werkgevers zich melden bij hun pensioenfonds, verzekeraar of PPI. 

 

Ook worden – binnen de wettelijke mogelijkheden – de betalingstermijnen waarbinnen werkgevers pensioenpremies moeten afdragen verruimd voor getroffen sectoren en werkgevers. Een aantal (grote) pensioenfondsen heeft reeds maatregelen genomen door de betalingstermijn te verlengen. Wel wordt aangegeven dat de huidige wettelijke voorschriften ten aanzien van invorderingsinspanningen en betalingstermijnen ervoor zorgen dat de ruimte voor maatwerk beperkt is. Het Verbond van Verzekeraars, de Pensioenfederatie, De Nederlandsche Bank en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voeren thans over deze “knellende” wettelijke voorschriften nader overleg met elkaar.

 

Overigens, in een situatie van economische onmacht om de pensioenregeling voort te zetten kan de werkgever mogelijk een beroep doen op een in vrijwel elk pensioenreglement opgenomen betalingsvoorbehoud overeenkomstig artikel 12 van de Pensioenwet (PW). De werkgever heeft dan het recht zijn eigen bijdragen te verminderen of te beëindigen als er sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Artikel 12 PW is niet van toepassing op de ingehouden werknemersbijdragen. Deze moeten nog steeds aan de pensioenuitvoerder worden afgedragen. Als de werkgever het betalingsvoorbehoud inroept kan de toekomstige pensioenopbouw (tijdelijk) worden verlaagd of beëindigd. Dit is afhankelijk van wat er in de uitvoeringsovereenkomst tussen werkgever en pensioenuitvoerder is bepaald. 

 

Dit artikel geldt overigens niet voor de werkgever die verplicht deelneemt in een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds. Deze werkgever kan geen beroep doen op deze bepaling. De werkgever moet de betalingsonmacht wel onverwijld aan het bedrijfstakpensioenfonds melden. Het feit dat de premie niet wordt betaald heeft in dit geval geen directe invloed op de pensioenopbouw, die wordt voortgezet. Als veel werkgevers de premie niet betalen kan dit natuurlijk uiteindelijk wel tot gevolg hebben dat de financiële positie van het bedrijfstakpensioenfonds (nog meer) verslechtert waardoor (eerder) gekort zal moeten worden. 

 

 

Wat is het effect van de Coronacrisis op dekkingsgraden?

De gemiddelde dekkingsgraad van pensioenfondsen is onder invloed van de Coronacrisis fors gedaald. Ultimo 2019 bedroeg deze nog gemiddeld 104%, waar de gemiddelde dekkingsgraad eind maart 2020 tot 90% was gedaald. Er zijn hierbij forse verschillen tussen pensioenfondsen. Het zwaarst getroffen zijn de pensioenfondsen met een relatief groot belang in zakelijke waarden en een relatief lage renteafdekking. Door de twaalfmaandsmiddeling van de beleidsdekkingsgraad zullen er nog steeds pensioenfondsen zijn die (nog) geen herstelplan hoeven te maken, maar dit zullen witte raven in het pensioenlandschap zijn.  

 

 

 

Worden er dit jaar kortingen op de pensioenen verwacht?

Gedurende het jaar 2020 zullen geen kortingen op pensioenen volgen. Het volgende wettelijke toetsmoment is 31 december 2020. Dan kan er mogelijk wel sprake zijn van pensioenkortingen. In ieder geval voor de pensioenfondsen waarbij langdurig het Minimaal Vereist Eigen Vermogen niet aanwezig is. De vraag is echter of, net als per 31 december 2019, minister Koolmees niet wederom uitzonderlijke omstandigheden zal aangrijpen om kortingen te voorkomen. Actuarieel lijkt de noodzaak tot korting hoger dan ooit, politiek zal de beslissing moeilijker zijn dan ooit om in de huidige omstandigheden een korting verplicht te stellen. Veel zal natuurlijk afhangen van de verdere ontwikkelingen in 2020.