AFSCHAFFING DOORSNEESYSTEMATIEK | Mercer 2019

AFSCHAFFING DOORSNE ESYSTEMAT I EK | Mercer

Onze Deskundigheid /

AFSCHAFFING DOORSNE ESYSTEMAT I EK
Calendar20 juli 2019

Met het gesloten pensioenakkoord krijgen de sociale partners gedurende een beperkte transitieperiode de ruimte om de pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe manier van pensioenopbouw en over te stappen op een nieuw pensioencontract, dat niet langer is gebaseerd op de doorsneesystematiek. Een door het kabinet benoemd transitiekader zal voorwaarden voor een door de werkgever verplicht op te stellen transitieplan bevatten. Graag nemen wij de gevolgen van de afschaffing van de doorsneesystematiek met u door en zullen we vooral ook oplossingen (met mogelijk bijbehorende overgangsproblematiek) bekijken. Hiermee heeft u gelijk ook input om vanuit uw eigen verantwoordelijkheid uw bijdrage te leveren aan het door de werkgever op te stellen transitieplan.

1 . BETEKENIS EN IMPACT

In onderstaande figuur is aangegeven wat afschaffing van de doorsneesystematiek concreet betekent. De rode vlakke lijn geeft de (doorsnee)premie in procenten van het salaris aan die momenteel door werkgevers en deelnemers gezamenljk wordt betaald voor de jaarlijkse pensioenopbouw. De groene kromme lijn geeft aan wat per leeftijd de waarde is van deze jaarlijkse pensioenopbouw.

Tot zover het goede nieuws, het minder goede nieuws is dat er voor de huidige generatie een overgangsprobleem ontstaat. Bij een onmiddellijke  overgang naar een pensioensysteem onder doorsneepremie mist namelijk iedereen die momenteel pensioen opbouwt de “sponsoring” vanuit het  verleden, in de figuur aangegeven met het gearceerde gebied. Bijna iedereen die momenteel pensioen opbouwt (jong én oud) gaat er dus
op achteruit. Zoals blijkt uit de figuur is de circa 47-jarige het voornaamste “slachtoffer”, met gemiddeld genomen een halve carrière als “betaler” en een bijna net zo lange te missen periode als “ontvanger”.

Het maakt hierbij voor de doorsneesystematiek feitelijk geen verschil of er sprake is van een (verplicht gesteld) bedrijfstakpensioenfonds of een ondernemingspensioenfonds. Verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen zijn wettelijk verplicht eenzelfde premiepercentage aan alle aangesloten werkgevers in rekening te brengen. Bij de overige pensioenfondsen mag een leeftijdsafhankelijke
premie in rekening worden gebracht, waarbij de werkgever dit vaak vertaalt naar één premiepercentage voor eenieder. Feitelijk is de “problematiek” bij deze overige fondsen vergelijkbaar: iedereen ontvangt een aanspraak, die onafhankelijk is van leeftijd, geslacht en levensverwachting, terwijl er actuarieel wel aanleiding is tot het geven van een verschillende pensioenaanspraak.  

2. EEN PENSIOENSYS TEEM ZONDER DOORSNEESYSTEMATIEK

Indien wordt overgegaan naar een pensioensysteem waarbij de betaalde bijdrage en de waarde voor elke leeftijd in evenwicht zijn, zou bij aanvang in principe de blauwe lijn uit figuur 1 gevolgd kunnen worden. Gaan we uit van de huidige pensioencontracten (uitkeringsovereenkomst) dan betekent dit dat in plaats van een vast opbouwpercentage een leeftijdsafhankelijk opbouwpercentage gaat gelden. De onderstaande figuur geeft deze zogenaamde “degressieve opbouw” aan.

De vraag is natuurlijk of deze degressieve opbouw uitlegbaar zal zijn, in de toch al complexe wereld van uitkeringsovereenkomsten. De degressieve opbouw is bovendien afhankelijk van rente en overlevingskansen en wijzigt hiermee in principe jaarlijks.

Wij denken dat het erg waarschijnlijk is dat tegelijkertijd met de afschaffing van de doorsneesystematiek wordt overgegaan naar de (eenvoudigere) premieovereenkomst (die overigens ook prima als collectieve regeling kan worden uitgevoerd). De fiscale toetsingsnorm zal in ieder geval een gelijkblijvende premie worden, met wellicht nog een vertaalslag naar degressieve premiepercentages. De bredere overgang naar een nieuw pensioencontract zullen we in deze notitie verder niet behandelen. Op onze website kunt u hier desgewenst meer informatie over terugvinden.

3. COMPENSATIE?

Bij afschaffing van de doorsneesystematiek ontstaat er een overgangsprobleem, zoals eerder aangegeven. Dit zal ongetwijfeld door deelnemers tot een roep voor compensatie leiden. Kijken we naar figuur 1, dan zou de waarde van de opbouw ter compensatie minimaal gelijk dienen te zijn aan de groene lijn, conform de oude situatie. Anders zou namelijk sprake zijn van een versobering van de pensioenregeling en dat is op zich niet de reden waarom de politiek aanstuurt op een afschaffing van de doorsneesystematiek. Als er een volledige compensatie plaatsvindt, dan ziet het kostenplaatje voor het eerste jaar er als volgt uit:

Direct duidelijk is dat dit een forse premieverhoging met zich meebrengt ten opzichte van de huidige situatie (rode lijn). Wij zien diverse oplossingsrichtingen om een en ander te ondervangen:

  • Ten eerste is de vraag of er wel volledig gecompenseerd dient te worden. Een pensioenafspraak is niet in steen gegoten en is de laatste jaren (in ieder geval qua opbouwpercentage en ingangsleeftijd) al meerdere malen versoberd. In plaats van volledige compensatie kan gedacht worden aan een procentuele compensatie van de achteruitgang maar bijvoorbeeld ook aan een beperking van de periode van compensatie, bijvoorbeeld 10 jaar. Daarnaast kan overwogen worden alleen bepaalde groepen te compenseren, zoals destijds ook met de VPL-regeling is gebeurd.
  • Een andere oplossingsrichting is een verhoging van de deelnemersbijdrage, in combinatie met een compensatie (bijvoorbeeld in de salarissfeer) bij de hogere leeftijden. Gelijktijdig kan de deelnemersbijdrage desgewenst vrijwillig worden gemaakt waarbij een lagere of wellicht in het geheel geen eigen bijdrage, uiteraard leidt tot een lagere opbouw in dat jaar. Hiermee kan voorkomen worden dat op jongere leeftijd direct een forse jaarlijkse pensioenverbetering plaatsvindt.
  • Bij bovenstaande oplossingsrichtingen is uitgegaan van een financiering van de overgangslast vanuit de premie. Er kan ook gedacht worden aan (gedeeltelijke) financiering vanuit het pensioenfonds, indien dit tenminste door de wetgever wordt toegestaan en door het bestuur als evenwichtig wordt gezien. Indien tegelijkertijd wordt overgestapt naar een nieuw pensioencontract met lagere buffervorming, kan het makkelijker zijn een evenwichtige oplossing te vinden.

Kortom, diverse, relatief eenvoudige, oplossingsrichtingen in dit toch complexe vraagstuk.

Mercer heeft inmiddels ruime ervaring met dit onderwerp in woord en geschrift. Wij kunnen voor u(w pensioenfonds) de zogenaamde “doorsneescan” maken. Via de doorsneescan krijgt u een eerste inzicht in de initiële achteruitgang per geboortejaar, zoals aangegeven in figuur 4. Vervolgens berekenen wij wat een volledige compensatie financieel in uw situatie zou betekenen, zowel als extra jaarlijkse premie (zie figuur 5) als ook als eenmalige koopsom. Andere zaken die we inzichtelijk kunnen maken zijn het leeftijdsafhankelijk opbouwpercentage bij uw huidige premieniveau en het effect van een rentewijziging of bestandontwikkeling op de opbouw. Deze informatie kan de basis vormen om te komen tot een acceptabele invulling voor al uw stakeholders en invulling van het noodzakelijke transitieplan.

De belangen zijn groot, de keuzemogelijkheden divers, begrip van de situatie essentieel! Zowel in uitleg als berekening kunnen wij uw fonds en sociale partners bijstaan.

Wij lichten dit heel graag aan u toe en bespreken graag op welke wijze wij u kunnen ondersteunen.

  Contact
Vul uw gegevens in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
*Verplicht veld