WETSWIJZIGINGEN AANGAANDE UW PENSIOENREGELING (LENTE 2020)

 

Alle wetswijzigingen waar u vanaf moet weten op een rij.

Via regelmatige updates stelt Mercer u op de hoogte van alle wetswijzigingen die invloed hebben op uw pensioenregeling. In deze update gaan wij specifiek in op de ontwikkelingen die samenhangen met de coronacrisis.

 

 

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst laat weten welke mogelijkheden er zijn om de pensioenopbouw voort te zetten als er een tijdelijke arbeidsduurverkorting wordt toegepast als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus.

 

 

Er zijn mogelijkheden om de pensioenopbouw ongewijzigd voort te zetten zonder rekening te moeten houden met de toegepaste tijdelijke arbeidsduurverkorting, aldus het CAP. In dit kader heeft het CAP een drietal situaties beschreven.

 

  1. Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking geheel in stand blijft. In dat geval blijft er ook in fiscale zin gewoon sprake van pensioengevende diensttijd. Dat hierbij sprake kan zijn van een lager pensioengevend loon hoeft geen probleem te zijn mits sprake is van een gebruikelijke loonsverlaging. Bij een gebruikelijke loonsverlaging kan de pensioenopbouw worden voortgezet over het loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.
  2. Arbeidsduurverkorting waarbij de dienstbetrekking (gedeeltelijk) tijdelijk wordt beëindigd in verband met het coronavirus. Als de werknemer een inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering ontvangt (bijvoorbeeld aan een WW-uitkering), is er in fiscale zin sprake van pensioengevende diensttijd. De pensioenopbouw mag worden voortgezet op basis van het pensioengevend loon dat voorafgaande aan de arbeidsduurverkorting werd genoten.
  3. Arbeidsduurverkorting waarbij geen sprake is van onvrijwillig ontslag of er geen inkomensvervangende, loongerelateerde uitkering wordt ontvangen. In dat geval kan er onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. De belangrijkste voorwaarden zijn: (i) er vindt geen pensioen opbouw plaats bij een eventuele (tijdelijke) nieuwe werkgever (geen dubbele pensioenopbouw) of als IB-ondernemer door middel van een oudedagsreserve (ii) de periode van vrijwillige voortzetting start uiterlijk drie jaar voorafgaande aan de pensioenleeftijd in de pensioenregeling die wordt voortgezet.

Pensioenopbouw en arbeidsduurverkorting alsmede verlof en einde dienstbetrekking zijn lastige (fiscale) onderwerpen.

Wij adviseren u na te gaan of het pensioenreglement reeds voorziet in deze mogelijkheden en overleg, indien nodig, met uw pensioenuitvoerder en/of de Belastingdienst. Tevens zal dit payroll technische implicaties kunnen hebben. Wij assisteren u graag bij het oplossen van deze vraagstukken.   

 

 

In de uitvoeringsovereenkomst tussen werkgever en de pensioenuitvoerder wordt vastgelegd hoe de premiebetaling aan de pensioenuitvoerder geschiedt. In de Pensioenwet zijn in dit kader een aantal voorwaarden gesteld, waaronder op welk moment de premie betaald moet zijn. Als bijvoorbeeld per kwartaal wordt betaald, moet een maand na afloop van het kwartaal de premie aan de pensioenuitvoerder zijn afgedragen. In beginsel is de werkgever hier aan gebonden. 

 

De Stichting van de Arbeid en de koepels van pensioenuitvoerders, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars, hebben op 21 maart jl. met elkaar afgesproken om ondernemers die als gevolg van de coronacrisis in acute problemen komen zoveel als mogelijk tegemoet te komen als deze problemen ervaren bij het betalen van de pensioenpremies. 

 

Omdat de problematiek per sector of werkgever verschilt, wordt maatwerk geboden. Zo kunnen pensioenuitvoerders met individuele werkgevers die acute geldproblemen hebben een betalingsregeling treffen. Hiertoe kunnen individuele werkgevers zich melden bij hun pensioenfonds, verzekeraar of premie pensioeninstelling. 

 

Ook worden – binnen de wettelijke mogelijkheden – de betalingstermijnen waarbinnen werkgevers pensioenpremies moeten afdragen verruimd voor getroffen sectoren en werkgevers. 

Een aantal (grote) pensioenfondsen heeft reeds maatregelen genomen door de betalingstermijn te verlengen. 

 

Wel wordt aangegeven dat de huidige wettelijke voorschriften ten aanzien van invorderingsinspanningen en betalingstermijnen ervoor zorgen dat de ruimte voor maatwerk beperkt is. Hoewel de Pensioenwet voorschrijft dat partijen zelf in de uitvoeringsovereenkomst/het uitvoeringsreglement dienen vast te leggen hoe de pensioenpremies door de werkgever aan de pensioenuitvoerder moeten worden betaald, kent de Pensioenwet wel enige randvoorwaarden voor invorderingsinspanningen alsmede betalingstermijnen.

 

Het Verbond van Verzekeraars, Pensioenfederatie, De Nederlandsche Bank en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voeren thans over deze “knellende” wettelijke voorschriften nader overleg met elkaar. 

 

Overigens, in een situatie van economische onmacht om de pensioenregeling voort te zetten kan de werkgever mogelijk een beroep doen op een in vrijwel elk pensioenreglement opgenomen betalingsvoorbehoud overeenkomstig artikel 12 van de Pensioenwet. De werkgever heeft dan het recht zijn eigen bijdragen te verminderen of te beëindigen als er sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Artikel 12 van de Pensioenwet is niet van toepassing op de ingehouden werknemersbijdragen. Deze moeten nog steeds aan de pensioenuitvoerder worden afgedragen. Als de werkgever het betalingsvoorbehoud inroept kan de toekomstige pensioenopbouw (tijdelijk) worden verlaagd of beëindigd. Dit is afhankelijk van wat er in de uitvoeringsovereenkomst tussen werkgever en pensioenuitvoerder is bepaald. 

 

Artikel 12 van de Pensioenwet geldt overigens niet voor de werkgever die verplicht deelneemt in een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. Deze kan bij financieel onvermogen geen beroep doen op deze bepaling. De werkgever moet wel onverwijld de betalingsonmacht aan het bedrijfstakpensioenfonds melden. Het feit dat de premie niet wordt betaald heeft in dit geval geen directe invloed op de pensioenopbouw. Deze wordt gewoon voortgezet. Als veel werkgevers de premie niet betalen kan dit natuurlijk uiteindelijk wel tot gevolg hebben dat de financiële positie van het bedrijfstakpensioenfonds (nog meer) verslechterd waardoor eerder gekort zal moeten worden. 

 

Voor nu adviseren wij werkgevers die de pensioenpremie ten behoeve van hun werknemers niet meer kunnen betalen contact op te nemen met hun pensioenuitvoerder om naar een individuele oplossing te zoeken. Uiteraard kunnen wij u daarbij behulpzaam zijn. 

 

 

Tijdens een persconferentie op 31 maart 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (de ‘NOW-regeling’) gepresenteerd. De NOW strekt ter tijdelijke vervanging van de op 17 maart jl. ingetrokken regeling Werktijdverkorting.

 

Kern van de NOW is dat je als werkgever tot maximaal 90% van je loonkosten vergoedt krijgt, mits er sprake is van substantieel omzetverlies (minimaal 20%) over een aaneengesloten periode van 3 maanden. Hiermee kunnen werkgevers hun werknemers met een vast en met een flexibel contract gewoon blijven doorbetalen.

 

Daar bovenop komt nog een opslag van 30% voor werkgeverslasten. Deze opslag is specifiek bestemd voor onder andere pensioenpremies. In hoeverre deze 30% voldoende is hangt uiteraard af van uw pensioenregeling. De tegemoetkoming ziet zowel op het werknemers- als het werkgeversdeel van de pensioenpremie.

 

De loonkostensubsidie wordt op basis van een voorschot verstrekt. Dit voorschot bedraagt 80% van de verwachte NOW-tegemoetkoming.

 

De omzetdaling moet zich voordoen in de periode 1 maart tot en met 31 juli 2020. De omzet wordt vergeleken met de omzet over het kalenderjaar 2019 gedeeld door vier, mits de bedrijfsuitoefening uiterlijk op 1 januari 2019 is aangevangen. Is dat laatste niet het geval, dan geldt een afwijkende berekeningswijze.

 

Het loon per werknemer dat voor subsidie in aanmerking komt is gemaximeerd tot 9.538,- euro bruto per maand (tweemaal het maximum dagloon voor de sociale verzekeringen). Indien een werkgever een hoger loon met een individuele werknemer is overeengekomen wordt het meerdere niet in aanmerking genomen in het kader van de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming door de NOW.

 

De maatregel geldt in ieder geval voor een periode van 3 maanden, met de mogelijkheid voor verlenging met nog een keer 3 maanden. Aanvragen kunnen vanaf 14 april 2020 worden ingediend. 

 

 

Door de uitbraak van het coronavirus zal door particulieren en ondernemingen aanspraak worden gemaakt op uitkering onder een tal van verzekeringen zoals een verzuimverzekering, evenementenverzekering, ongevallenverzekering of risicoverzekering. De vraag is of lopende verzekeringen (voldoende) dekking bieden voor de gevolgen van het coronavirus.

 

Wij merken dat verzekeraars hier op dit moment veelal verschillend mee omgaan. Voor de beantwoording van deze vraag is het dan ook steeds van belang om het toepasselijke verzekeringscontract met de verzekeraar en de polisvoorwaarden te bekijken. Wij kunnen u helpen bij het beoordelen van deze stukken.  

 

Het Verbond van Verzekeraars heeft op haar website (www.verzekeraars.nl) de belangrijkste en meest gestelde vragen en bijbehorende antwoorden op een rij gesteld. De vragen en antwoorden zien zowel op verzekeringen voor particulieren als op verzekeringen voor ondernemingen.

 

Deze pagina met vragen en antwoorden wordt regelmatig door het Verbond van Verzekeraars bijgewerkt. 

 

 

Indien u naar aanleiding van deze legal update nog vragen of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met uw pensioenconsultant bij Mercer.