|
|
Wie kan eigen risicodrager worden voor de WGA?
Aan wie moet het verzoek tot eigen risicodragen worden ingediend?
Waarom zou een werkgever eigen risicodrager voor de WGA moeten worden?
Waarom is het WGA-risico lager dan het toenmalige WAO-risico?
Hoe lang is men verantwoordelijk als eigen risicodrager voor de WGA-uitkeringen?
Om welk risico gaat het nu eigenlijk?
Waaruit bestaat dan het WGA-risico?
Wat wordt verstaan onder het inlooprisico?
Hoe kan het inlooprisico (toch) worden gefinancierd?
Wat wordt verstaan onder het uitlooprisico?
Wanneer draag ik geen risico als eigen risicodrager?
Door wie wordt de uitkering aan de werknemer betaald als de werkgever eigen risicodrager is?
Wie bepaalt het recht op een uitkering?
Leidt het eigen risicodragerschap tot een administratieve rompslomp?
Wie is verantwoordelijk voor de re-integratie?
Vergoedt een verzekeraar ook alle re-integratiekosten?
Wanneer wordt de WGA geprivatiseerd?
Mag een werkgever kosten bij de werknemers in rekening brengen?
Wat wordt bedoeld met de rentehobbel?
Wat is “level playing field”?
Wat gebeurt er met mijn status als eigen risicodrager als mijn rechtsvorm verandert?
Wat gebeurt er als ik als eigen risicodrager met een ander bedrijf fuseer?
Wat is een ZBO?
Welke sancties kan ik als ZBO opleggen?
Welke rol heeft de OR?
Wij hadden destijds een hoge WAO instroom. Is het dan nog wel zinvol om eigen risicodrager te worden?
Moet ik als eigen risicodrager een voorziening op de balans opnemen?
Wie kan eigen risicodrager worden voor de WGA?
Iedere werkgever, groot of klein, kan twee maal per jaar eigen risicodrager voor de WGA worden. Dit kan elk jaar per 1 januari of per 1 juli. Men moet uiterlijk 13 weken voor aanvangsdatum de Belastingdienst om toestemming hebben gevraagd. Dat is dus vóór 1 oktober en vóór 1 april.
Aan wie moet het verzoek tot eigen risicodragen worden ingediend?
Dat verzoek richt u aan:
Belastingdienst
Centrale Administratie / Informatieverwerking
Postbus 2566
6401 DB HEERLEN
Het speciale formulier kunt u downloaden op de site van de Belastingdienst of op onze site.
Waarom zou een werkgever eigen risicodrager voor de WGA moeten worden?
In het publieke bestel werkt het UWV met “oneigenlijke” opslagen in verband met de rentehobbel (level playing field). Met deze rentehobbel wordt een gelijk concurrentiespeelveld gerealiseerd tussen het UWV die met een omslagstelsel werkt en de private verzekeraars die met het kapitaaldekkingstelsel werken. Deze rentehobbel zorgt ervoor dat in veel gevallen een te hoge premie wordt betaald. Een eigen risicodrager betaalt deze rentehobbel niet.
Het UWV incasseert dus meer WGA-premie dan wat ze rekentechnisch nodig heeft. Dit wordt voor driekwart gecompenseerd door een lagere IVA-premie. Ook een eigen risicodrager betaalt deze lagere IVA-premie.
De gedifferentieerde WGA-premie is mede gebaseerd op de historische WAO-uitkeringen. Hierdoor wordt in veel gevallen gedifferentieerde premies in rekening gebracht die veel te hoog liggen voor het daadwerkelijke risico van de WGA-uitkeringen. Een private verzekeraar houdt geen rekening met de WAO historie en kijkt enkel naar het (veel lagere) WGA-risico.
Het UWV hanteert een omslagsysteem. Dit betekent dat alle toekomstige uitkeringen niet zijn afgefinancierd. Dit kan onaangename verassingen met zich meebrengen wanneer de WGA geprivatiseerd gaat worden. Bij een private verzekeraar zijn, vanwege het kapitaaldekkingsstelsel, wel alle toekomstige lasten afgefinancierd.
In veel gevallen ligt daarom de verzekeringspremie onder het niveau van de UWV-premie.
Waarom is het WGA-risico lager dan het toenmalige WAO-risico?
De WAO kende een wachttijd van 1 jaar (Wulbzperiode). In de nadagen van de WAO is dat verlengd tot 2 jaar. Deze verlengde periode geldt ook voor de WIA.
De WGA-keuring vindt plaats op basis van het nieuwe Schattingsbesluit uit 2004 die strenger is dan het Schattingsbesluit van het WAO. Het gevolg hiervan is dat veel minder medewerkers een WGA-uitkering krijgen.
De WAO kende een ondergrens van 15%. In de WIA is deze ondergrens opgetrokken naar 35%. Door deze hogere drempel stromen minder mensen de WIA in dan destijds onder de WAO.
Volledig arbeidsongeschikten telden in de WAO ook mee voor de berekening van de gedifferentieerde premie. In de WIA vallen ze niet onder de WGA, maar onder de IVA (ingeval van duurzaam volledig arbeidsongeschikt). Gevolg hiervan is dat de kosten van deze zeer moeizaam te reïntegreren medewerkers niet voor rekening komen van de eigen risicodragers. Deze kosten worden via het publieke bestel gefinancierd door middel van de in rekening gebrachte IVA-premie.
De maximale uitkeringduur van de loongerelateerde WAO-uitkering was, afhankelijk van de leeftijd, maximaal 6 jaar. In de WIA is de maximale uitkeringsduur van de loongerelateerde uitkering in 2008 teruggebracht naar maximaal 3 jaar en 2 maanden en is, net als in de WW, afhankelijk van het arbeidsverleden. Deze zogenaamde referte eis houdt in dat de werknemer in 36 weken voor aanvang ziekte in ten minste 26 weken gewerkt moet hebben.
Bij het eigen risico WGA gaat het om de uitkeringskosten van de loongerelateerde uitkering gedurende maximaal 3 jaar en 2 maanden en daarna de kosten van de loonaanvullingsuitkering of de vervolguitkering. De kosten van de loonaanvullingsuitkering zijn echter beperkt tot de hoogte van een “fictieve vervolguitkering”, dat wil zeggen 70% van het minimumloon maal het arbeidsongeschiktheidspercentage.
Hoe lang is men verantwoordelijk als eigen risicodrager voor de WGA-uitkeringen?
Met ingang van 1 januari 2007 bedraagt die termijn 10 jaar. Voor degenen die voor 1 januari 2007 de WGA zijn ingestroomd bedraagt de verantwoordelijkheidsduur in totaal 4 jaar. Dit betekent dus dat een werkgever 12 respectievelijk 6 jaar verantwoordelijk is voor zieke en gedeeltelijk arbeidsgeschikte (ex-)werknemers. De afweging die het kabinet heeft gemaakt om naar 10 jaar te gaan, is dat de stimulans dan groter is voor werkgevers en private verzekeraars om gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers weer zo snel en volledig mogelijk aan het werk te krijgen. Werkhervatting levert bij een lagere periode meer op aan besparingen op uitkeringen dan bij een kortere periode.
Om welk risico gaat het nu eigenlijk?
De termijn van het eigen risicodragen voor een bepaalde WGA-uitkering van een (ex )medewerker bedraagt maximaal 10 jaar. Dit risico lijkt fors groter dan de 4 jaar die bij de WAO gold. Men moet echter bedenken dat bij de WGA de volledig duurzaam arbeidsongeschikten in de IVA-regeling vallen. De WGA is bedoeld voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten of tijdelijk volledig arbeidsongeschikte medewerkers. Werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, hebben geen recht op een WGA-uitkering. Tegenover een langere eigen risicotermijn staat dus een fors lagere instroomkans in de WGA.
Waaruit bestaat dan het WGA-risico?
Het risico heeft betrekking op de loongerelateerde uitkering gedurende maximaal 3 jaar en 2 maanden. Daarna behelst het risico de vervolguitkering voor niet-werkenden en loonaanvullingsuitkering voor voldoende werkenden. Het risico van de loonaanvullingsuitkering wordt echter beperkt tot de hoogte van een fictieve vervolguitkering. Voor zover de loonaanvullingsuitkering meer bedraagt dan de hoogte van een vervolguitkering wordt dit gefinancierd uit de uniforme WGA basispremie die door alle werkgevers verschuldigd is. Daarnaast is de werkgever verantwoordelijk voor het zogenaamde inloop- en uitlooprisico.
Wat wordt verstaan onder het inlooprisico?
Met het inlooprisico wordt bedoeld dat ook de bestaande WGA-uitkeringen van werknemers voor rekening van de eigen risicodrager komen vanaf het moment dat men eigen risicodrager is (concreet inlooprisico). Dit geldt eveneens voor de eventuele toekomstige WGA-uitkeringen aan medewerkers die, bij de start van het eigen risicodrager, ziek zijn en mogelijkerwijs de WGA instromen (potentieel inlooprisico).
Hoe kan het inlooprisico (toch) worden gefinancierd?
De meeste verzekeraars nemen het inlooprisico in beperkte vorm mee in de dekking van hun verzekering. Doorgaans is dit gemaximeerd tot werknemers die 3 of 6 maanden voorafgaand aan het moment van eigen risicodragen ziek zijn geworden. Bestaande WGA-uitkeringen vallen niet standaard onder de dekking. Evenmin is dit het geval voor de langdurig zieke werknemers (langer dan 3 of 6 maanden ziek). Door een opslag op de premie of via een eenmalige koopsom kan men bij de meeste verzekeraars het inlooprisico volledig onder de dekking van de verzekering brengen. Hiermee vallen dan alle werknemers onder de dekking van de verzekering.
Wat wordt verstaan onder het uitlooprisico?
Met uitlooprisico wordt bedoeld de kosten van de reeds toegekende WGA-uitkeringen en de mogelijke WGA-uitkering van langdurige zieken op het moment dat de werkgever weer terug keert in het publieke bestel. Deze kosten komen dan niet voor rekening van het UWV, maar blijven voor rekening van de werkgever totdat de periode van 10 jaar is verstreken. Een goede eigen risicodragersverzekering dekt dit uitlooprisico.
Wanneer draag ik geen risico als eigen risicodrager?
Als eigen risicodrager draagt u niet altijd het risico van de WGA-uitkering en soms draagt u dit risico voor een deel.
Heeft uw (ex-)werknemer meer werkgevers? Dan draagt u alleen het risico voor het deel van de WGA-uitkering die uw (ex-)werknemer krijgt voor het werk bij uw organisatie.
Indien u een bedrijf heeft overgenomen voordat u eigen risicodrager werd dan draagt u een deel van het risico van de WGA-uitkeringen van het andere bedrijf. U betaalt dan op basis van uw aandeel in de loonsom.
Meestal zit er een tijdje tussen het moment dat u afspreekt dat iemand voor u gaat werken en het moment dat hij daadwerkelijk aan de slag gaat. Als iemand in die periode ziek wordt en uiteindelijk een WIA-uitkering krijgt, komt die uitkering voor rekening van het UWV.
Wanneer een medewerker van u onbetaald verlof heeft opgenomen en ziek wordt en de vervanger is eveneens ziek geworden dan draagt u alleen het risico van de werknemer die met verlof is gegaan. Als één van beide ziek is geworden dan draagt u altijd het risico, ook voor de vervanger.
Indien uw werknemer een loonaanvullingsuitkering krijgt dan draagt u alleen het risico voor het bedrag dat uw (ex-)werknemer zou krijgen als hij een vervolguitkering zou krijgen.
Medewerkers die vallen onder het vangnet, zoals in geval van zwangerschap.
Door wie wordt de uitkering aan de werknemer betaald als de werkgever eigen risicodrager is?
Het UWV bepaalt de mate van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en de hoogte van de uitkering. De betaling van de uitkering geschiedt in principe maandelijks door het UWV en declareert deze bruto kosten (inclusief werkgeverslasten, zijnde premies sociale verzekeringen en de Zvw-vergoeding), vervolgens bij de eigen risicodrager. Die sluist op zijn beurt deze rekening door naar de verzekeraar. Het is in principe niet de rol van de private verzekeraar om de wettelijke WGA-uitkeringen aan de werknemer te betalen. Er is sprake van een werkgeversverzekering. De verzekeraar vergoedt de schadelast van de eigen risicodrager aan de werkgever.
Eigen risicodragers kunnen er ook voor kiezen om zelf de WGA-uitkering te verstrekken. In dat geval kunnen de niet onder het eigen risicodragen vallende kosten (zoals het deel van de loonaanvullingsuitkering dat uitstijgt boven het niveau van een fictieve vervolguitkering) bij het UWV worden gedeclareerd.
Wie bepaalt het recht op een uitkering?
Het UWV blijft verantwoordelijk (ook bij eigen risicodragers) voor de uitvoering van de zogenaamde Poortwachtertoets, de (her)keuringen, de claimbeoordeling en de dagloonvaststelling.
Leidt het eigen risicodragerschap tot een administratieve rompslomp?
Met betrekking tot het eigen risicodragerschap behoudt het UWV een belangrijke uitvoerende taak. Zij verricht de Poortwachterstoets, doet de herkeuringen en de claimbeoordeling. Daarnaast stelt zij de uitkeringshoogte vast. Ook de uitkering wordt door het UWV verricht. Deze kosten worden periodiek bij de eigen risicodrager verhaald. Deze uitkeringsspecificaties kunnen vervolgens bij de verzekeraar worden ingediend.
Eigen risicodragers kunnen er ook voor kiezen de uitkering zelf te verstrekken en deze op het UWV verhalen. Men moet dan echter wel de juiste hoogte van de maandelijkse uitkering kennen, evenals de hoogte van het bedrag dat men vervolgens bij het UWV kan verhalen.
Wie is verantwoordelijk voor de re-integratie?
Werkgevers die eigen risicodrager worden, blijven verantwoordelijk voor de re-integratie van de (ex-)werknemers die een WGA-uitkering ontvangen, gedurende maximaal 10 jaar (ook wanneer de werknemer uit dienst is). Bij bedrijven in het publieke bestel neemt het UWV die verantwoordelijk bij instroom in de WGA over. Als eigen risicodrager kunt u als regisseur dus veel meer directe invloed uitoefenen op het re-integratietraject en dit naar uw voordeel inrichten. Re-integratie en begeleiding kunt u uitbesteden aan derden en bedacht moet worden dat de meeste gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers tijdelijk in de WGA zullen zitten en niet de volle 10-jaarperiode zullen uitzitten. De verzekeraar zal de eigen risicodrager in het re-integratietraject bijstaan, temeer daar de verzekeraar zelf ook belang heeft bij een schadelastbeheersing.
Vergoedt een verzekeraar ook alle re-integratiekosten?
Het UWV is voor de niet-eigen risicodragers (de zogenaamde omslagleden) actief op het terrein van de re-integratie en vergoedt de hierbij gemaakte kosten. Overigens worden deze kosten gefinancierd uit de Basispremie. Net als een verzekeraar hanteert het UWV hierbij het principe van kosten-batenanalyse. Indien een vergoeding qua investering niet uitkan ten opzichte van de mogelijke opbrengsten, dan zal het UWV een ander re-integratietraject voorstellen.
Het UWV komt overigens pas in actie indien de WGA-er er daadwerkelijk is. Dat is dus in principe twee jaar na de ziekmelding. Pas dan kan het UWV de overweging maken om tot een re-integratievergoeding over te gaan. De periode voor die tijd komt voor rekening van de werkgever (Wet verbetering poortwachter). Een eigen risicodrager kan zich veel eerder melden bij zijn verzekeraar om tot medefinanciering over te gaan. Een verzekeraar kan dus in een veel vroeger stadium een kosten-batenanalyse maken. Hoe eerder het re-integratietraject wordt opgepakt, hoe groter de kans op succes is.
Wanneer wordt de WGA geprivatiseerd?
Het kabinet Balkenende IV heeft in het Coalitieakkoord vastgelegd dat de WGA zal worden geprivatiseerd. De uitwerking van deze plannen loop meer vertraging op dan toen werd voorzien. Invoering per 1 januari 2009 is praktisch niet meer mogelijk. Waarschijnlijk wordt aanvang 2010 evenmin gehaald. De Minister wil namelijk eerst de evaluatie van de WGA afwachten. “Bij deze evaluatie zal worden bezien op welke wijze een overgang naar een volledig privaat stelsel zodanig kan plaatsvinden, dat deze overgang bedrijven het minst belast.” Deze evaluatie vindt in 2009 plaats en is omvangrijker dan in eerste instantie de bedoeling was. De minister wil dan ook kijken naar effecten van de rentehobbel op de lasten voor het bedrijfsleven en op de koopkracht van werknemers bij verhaal van 50% van de premie. Ook de kosten van eventuele fiscale aftrekbaarheid van de werknemersbijdrage moet dan nader worden bekeken. Privatisering van de WGA zal dus op zijn vroegst per 1 januari 2011 plaatsvinden.
Mag een werkgever kosten bij de werknemers in rekening brengen?
Ja, de werkgever kan maximaal 50% van de gedifferentieerde premie op het nettoloon van de werknemers verhalen. Bij eigen risicodragers betreft dit maximaal 50% van de verzekeringspremie. De wettelijke basis hiertoe is geregeld in de artikelen 34, lid 2 en 41, lid 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv).
Het is voor de werkgever een vrije keuze om te besluiten (maximaal) de helft van de WGA-premie op de werknemers te verhalen. Een werknemer of de OR hoeft hier ook geen toestemming voor te geven.
Verhaalt de werkgever deze premie niet op het loon van de werknemer, dan wordt dit door de fiscus overigens niet gezien als een looncomponent waarover loonbelasting en sociale verzekeringen moeten worden betaald.
Overigens is er op dit moment wel een “fiscale” discussie gaande omtrent het verhalen van de premie op het nettoloon. Omdat de uitkering te zijner tijd wordt belast, zou dit indruisen tegen de zogenaamde “omkeerregel”: is de uitkering belast, dan dient de premie fiscaal aftrekbaar te zijn en dus zou de premie moeten worden verhaald op het brutoloon van de werknemer. In mei van 2008 heeft de Rechtbank van Haarlem in een proefprocedure bepaald dat de WGA-premie wél verhaald mag worden op het brutoloon, waarmee het aftrekbaar is voor de belasting. De Belastingdienst deelt deze mening niet. Overigens kan een andere rechtbank een andere mening zijn toegedaan. De Belastingdienst gaat zeer waarschijnlijk in beroep bij het Hof, waarna ook de mogelijkheid van cassatie nog open ligt.
Wat wordt bedoeld met de rentehobbel?
Een private verzekeraar werkt op basis van het kapitaaldekkingsstelsel. Dit houdt in dat zij voldoende geld moeten reserveren om alle uitkeringsrechten, die in een bepaald jaar ontstaan volledig te kunnen betalen. Ook alle toekomstige lasten moeten meteen worden afgefinancierd (contante waarde). De publieke verzekering van het UWV werkt met het zogenaamde omslagstelsel. Er wordt in principe jaarlijks net zoveel premie geheven als nodig is om de uitkeringen in de bepaald jaar te kunnen betalen.
Als er een nieuw stelsel wordt ingevoerd begint de publieke verzekering met een schone lei en heeft de eerste jaren relatief weinig uitkeringslasten en is daarmee goedkoper dan een private verzekeraar. Pas als het stelsel volgroeid is zijn de kosten in beide stelsels vrijwel even hoog. Dit verschil in premiehoogte bij de start van een nieuw stelsel wordt in het vakjargon de rentehobbel genoemd.
Wat is “level playing field”?
In de huidige WGA zit ook het effect van de rentehobbel. De premie van het UWV is de eerste jaren lager dan de premie die de verzekeraars gemiddeld genomen zouden moeten rekenen. Zonder bepaalde maatregelen zou het voor geen enkel bedrijf aantrekkelijk zijn om eigen risicodrager voor de WGA te worden. Om toch concurrentie mogelijk te maken heeft de overheid de premie van het UWV kunstmatig opgehoogd met een rentehobbelopslag. Het UWV incasseert momenteel dus meer premie dan men rekentechnisch nodig heeft. Dit wordt deels gecompenseerd door een lagere basispremie van waaruit onder meer de IVA wordt gefinancierd.
Wat gebeurt er met mijn status als eigen risicodrager als mijn rechtsvorm verandert?
Officieel eindigt het eigen risicodragerschap als de rechtsvorm van uw organisatie zich wijzigt. U moet dan opnieuw een verzoek doen om eigen risicodrager te worden. Ook moet u opnieuw aan de Belastingdienst een garantieverklaring van een verzekeraar worden overlegd.
Wat gebeurt er als ik als eigen risicodrager met een ander bedrijf fuseer?
Bij fusies tussen bedrijven dient, wanneer het nieuwe bedrijf eigen risicodrager wil worden, altijd een aanvraag tot het eigen risicodragerschap bij de Belastingdienst te worden ingediend. Dit is ook het geval indien een of meer van de fuserende bedrijven reeds eigen risicodrager is. Twee situaties zijn hierbij te onderscheiden.
Indien het nieuwe bedrijf verder gaat onder een reeds bestaand loonheffingnummer van een van de gefuseerde bedrijven, dan kan men alleen per 1 januari of per 1 juli eigen risicodrager worden. De aanvraag dient dan voor 1 oktober en 1 april bij de Belastingdienst binnen te zijn. Het aanvraagformulier dient u te sturen (liefst aangetekend) naar:
Belastingdienst
Centrale Administratie / Informatieverwerking
Postbus 2566
6401 DB HEERLEN
Indien het nieuwe bedrijf verder gaat onder een nieuw loonheffingnummer dan moet een formulier Melding Loonheffing Aanmelding Werkgever tezamen met het aanvraagformulier voor het eigen risicodragerschap naar uw eigen belastingkantoor te worden gestuurd. Dit dient vóór de fusiedatum plaats te vinden. Het eigen risicodragerschap vangt dan aan op de fusiedatum.
Wat is een ZBO?
Als werkgever kunt u, net als het UWV, sancties toepassen in de gevallen dat een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer onvoldoende meewerkt aan re-integratie. Om dit mogelijk te maken wordt de eigen risicodrager, wanneer het aankomt op bezwaar- en beroepsprocedures, aangemerkt als een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) en moet worden voldaan aan de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De werkgever moet in geval van sanctie een gemotiveerde beschikking afgeven en de werknemer moet weten op welke wijze hij een klacht kan indienen of bezwaar kan maken. De hierbij vereiste beroepsprocedure kan worden opgezet op het moment dat dit (voor de eerste keer) gaat spelen. Mercer kan u hierin bijstaan.
Welke sancties kan ik als ZBO opleggen?
Een werkgever mag besluiten tot het tijdelijk schorsen (maximaal 8 weken) of gedeeltelijk korten van een uitkering om daarmee het gewenste gedrag van de werknemer te verkrijgen. Eigen risicodragers mogen niet besluiten tot een blijvende weigering van de uitkering. Een dergelijke sanctie gaat te ver en raakt de inkomenssituatie van een arbeidsongeschikte medewerker te diep. Bestuursrechtelijke boetes mogen evenmin worden opgelegd. Dit is namelijk een taak van de overheid, dat wil zeggen het UWV als publiekrechtelijk orgaan.
De sanctie moet wel in overeenstemming zijn met het foute gedrag van de werknemer. Als richtlijn kan de zogenaamde maatregellijst van het UWV worden aangehouden. Het UWV moet overigens wel op de hoogte worden gebracht van een sanctiebeslissing van de werkgever, in verband met mogelijke recidive.
Met de mogelijkheid een maatregel op te leggen heeft de werkgever een direct middel om een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer tot re-integratie te bewegen en de financiële schade beperken. Hoe meer iemand verdient, hoe lager immers de WGA-uitkeringen. Voor werkgevers die bij het UWV verzekerd zijn, geldt dat het UWV de re-integratieverplichtingen overneemt. Als werkgever is men de regie kwijt, maar men blijft echter wel financieel verantwoordelijk en via de gedifferentieerde premie wordt men hier op afgerekend.
Welke rol heeft de OR?
Indien een werkgever besluit eigen risicodrager te worden dan heeft de OR een adviesrecht. Dit recht bestaat op grond van de WOR (artikel 25, eerste lid, onderdeel m).
Wij hadden destijds een hoge WAO instroom. Is het dan nog wel zinvol om eigen risicodrager te worden?
Ja, het is zeker zinvol om nader te onderzoeken of het eigen risicodragen WGA zinvol is. Het UWV berekent de gedifferentieerde WGA-premie deels op de instroom in de WAO. Private verzekeraars kijken enkel naar het WGA risico en die is van een totaal andere orde. Ervaring van Mercer leert inmiddels dat uitstappen uit het publieke bestel juist voor bedrijven met een historisch hoge instroom in de WOA een groot financieel voordeel kan opleveren.
Moet ik als eigen risicodrager een voorziening op de balans opnemen?
Het opnemen van een voorziening op de balans is nodig indien u eigen risicodrager het risico van de WGA-uitkeringen hebt verzekerd door middel van een stop lossverzekering en de toekomstige last onder het financiële eigen behoud valt. Nagenoeg alle verzekeringen worden in de praktijk echter op conventionele basis afgesloten.
In hoeverre een balansvoorziening moet of mag worden gevormd is afhankelijk van het verslagleggingsregime waar men onder valt. Onder IFRS moét men een voorziening opnemen voor langdurige zieken en de ingegane WGA-uitkeringen, tenzij alle toekomstige uitkeringen volledig verzekerd zijn (conventioneel). In het publieke bestel zijn de toekomstige uitkeringen niet verzekerd.
Onder de Richtlijn voor de Jaarverslaglegging mág men in die gevallen een voorziening voor de WGA-uitkeringen opnemen. Als alle toekomstige uitkeringen verzekerd zijn mag dat niet.
|