DCSIMG
Mercer

Werkgevers mogen de helft van de WGA-premie verhalen op werknemers

 

Snelkoppelingen

Eigen risicodragen

Aanvraag eigen risicodragerschap

WGA uitkeringen

Re-integratie

Zelfstandig bestuursorgaan

Inloop- en uitlooprisico

Verhalen van WGA-premie

Balansvoorzieningen en arbeidsongeschiktheid

Wijziging rechtsvorm en eigen risicodragen

Fusies en eigen risicodragen WGA

Meest gestelde vragen en antwoorden

Artikelen

Documenten download

De Stichting van de Arbeid heeft afgesproken dat werkgevers maximaal 50% van de gedifferentieerde WGA-premie mogen verhalen op het nettoloon van de werknemers. Voor eigen risicodragers geldt dat maximaal de helft van de verzekeringspremie van de private verzekeraar op het nettoloon van de werknemers mag worden verhaald. Veel werkgevers zijn zich hier niet van bewust.

 

De wettelijke basis hiertoe is geregeld in de artikelen 34, lid 2 en 41, lid 1 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv).


In de discussie met de ondernemingsraad (OR) omtrent het al dan niet eigen risicodrager worden, kan dit meespelen. Bij een lagere verzekeringspremie hoeft immers ook minder premie verhaald te worden op het loon van de werknemer.

Rekenvoorbeeld
De gemiddelde rekenpremie in 2013 is 0,52%. Dit percentage wordt geheven over het maximum SV-loon van EUR 50.855 (in 2013). Bij een salaris van (stel) EUR 35.000 is de UWV-premie EUR 182. Hiervan kan een werkgever dus maximaal EUR 91 verhalen op de werknemer.


Bij een veelvuldig voorkomende verzekeringspremie van circa 0,35% is de premie EUR 122,50. De werkgever mag dan maximaal EUR 61,25 op de werknemer verhalen.


Dit is dus flink lager dan wanneer men nog bij het UWV zou zijn verzekerd. De door het eigen risicodragen gerealiseerde besparing wordt bij verhaal dus tot op zekere hoogte gedeeld met de werknemers.

 

Het verhalen van een deel van de verzekeringspremie van de private verzekeraar kent als voorwaarde dat nooit meer mag worden verhaald dan maximaal de helft van de premie voor de uitkeringen die conform de wet onder het eigen risicodragen vallen. Indien er sprake is van een “ruime” verzekering, bijvoorbeeld in combinatie met een ziekteverzuimverzekering, dan mag alleen de premie voor het WGA ERD-gedeelte van deze verzekering worden verhaald. Verzekeraars moeten dat premiedeel apart vermelden.

 

Als u het WGA-risico zelf draagt en niet hebt verzekerd, dan kunt u de helft van het zogenaamde fictieve premiepercentage toepassen op het premieloon van de werknemer. Dit bedrag kunt u vervolgens inhouden op het nettoloon. Het fictieve premiepercentage kunt u op twee manieren bepalen:

  • U schat de WGA-uitkeringen aan uw (ex-) werknemers van het huidige jaar (t) en deelt dit door uw verwachte premieplichtige loon in het huidige jaar.
  • U deelt de WGA-uitkeringen van het voorgaande jaar (t-1) aan uw (ex-)werknemers zijn betaald door uw premieplichtige loon in dat jaar.

Van het premiepercentage dat u op die manier hebt berekend, kunt u maximaal de helft toepassen op het premieloon van uw werknemer. Dit percentage mag niet hoger zijn dan 1,5 maal het maximum van de gedifferentieerde WGA-premie bij het UWV, die op de werkgever van toepassing zou zijn indien hij geen eigen risicodrager zou zijn. Zie ook Handboek Loonheffingen 2010 van de Belastingsdienst, paragraaf 5.5.


Wat betreft de inhouding van de premie op het nettoloon van de werknemer stelt het ministerie zich op het standpunt dat volgens de wettelijke regeling (Wfsv) alleen de helft van de premie voor het daadwerkelijke WGA-risico mag worden verhaald op het nettoloon. Aanvankelijk stelde het ministerie van SZW zich op het standpunt dat een eventuele koopsom of premieopslag voor het meeverzekeren van het (extra) inlooprisico van reeds aanwezige zieken of WGA-ers (dus -mogelijke- schade uit het verleden) niet mag worden verhaald op de werknemers. Dat standpunt werd bekritiseerd en naar aanleiding van enkele vragen heeft het ministerie haar standpunt aangepast. De extra premie om dit inlooprisico mee te verzekeren mag een werkgever deels verhalen op de werknemer.
De kosten waarover artikel 41, lid 1 van de Wfsv spreekt, betreft voor eigen risicodragers die een verzekering hebben afgesloten de kosten voor de premie voor zover die premie betrekking heeft op de verzekering van dat risico (artikel 3, lid 17 van de Regeling Wfsv). In artikel 40, lid 1 onderdeel b van de Wfsv wordt gerefereerd aan het risico van de WGA-uitkeringen overeenkomstig hoofdstuk 9 van de WIA. Hiermee zou zijn bereikt dat een eigen risicodrager die geen WGA-uitkeringslasten heeft, maar wel te maken heeft met de kosten van een verzekeringspremie, maximaal de helft van deze kosten kunnen verhalen op de werknemer. Op deze manier zou er recht worden gedaan aan het uitgangspunt van gelijk speelveld in de WGA. Het ministerie ziet daarom geen beletsel in het verhalen van eveneens het inlooprisico.


Het is voor de werkgever een vrije keuze om te besluiten (maximaal) de helft van de WGA premie op de werknemers te verhalen. Een werknemer of de OR hoeft hier ook geen toestemming voor te geven. Verhaalt de werkgever deze premie niet op het loon van de werknemer, dan wordt dit door de fiscus overigens niet gezien als een looncomponent waarover loonbelasting en sociale verzekeringen moeten worden betaald. Dit standpunt wordt door de Belastingdienst verwoord in haar Nieuwsbrief van eind 2006.


Er is in 2008 is er een “fiscale” discussie gaande geweest omtrent het verhalen van de premie op het nettoloon. Omdat de uitkering te zijner tijd wordt belast, zou dit indruisen tegen de zogenaamde “omkeerregel”: is de uitkering belast, dan dient de premie fiscaal aftrekbaar te zijn en dus zou de premie moeten worden verhaald op het brutoloon van de werknemer.
Echter, overeenkomstig het overleg met sociale partners in de Stichting van de Arbeid voorafgaand aan de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is er  vanuit gegaan dat de verhaalsmogelijkheid een zaak is van werkgever en werknemer waar de overheid buiten staat. Werkgever en werknemer kunnen afspraken maken over de toepassing van verhaal: de werkgever mág zijn werknemer laten bijdragen in de kosten. Dat leidt, aldus de overheid echter niet tot het splitsen van een WGA-last in een werkgevers- en werknemersdeel. De verhaalsmogelijkheid is een transactie tussen werkgever en werknemer onderling. Beoogd gevolg daarvan is dat de werknemer het op hem verhaalde bedrag uit zijn netto inkomen dient te betalen.
De Rechtbank Haarlem heeft in mei 2008 echter geoordeeld dat de verhaalde WGA-premie aftrekbaar is (als negatief loon) op het brutoloon. Tegen deze uitspraak is door de inspecteur van de belastingdienst hoger beroep ingesteld. De regering heeft besloten om, voordat er uitspraak is gedaan, een wetswijziging voor te stellen. Deze wijziging houdt in dat de WGA-premie niet op het brutoloon in mindering mag worden gebracht. 

 


Mocht u vragen hebben over het eigen risicodragerschap of wilt u een erd-verzekeringsofferte ontvangen, dan kunt u contact opnemen met een van onze consultants via w...@mercer.com. Zij beantwoorden graag uw vraag.

 

 

 


Contact

Gerrit bij de Leij

phone-icon +31 20 541 9415

email-icon E-mail

Gerrit bij de Leij


Uitstappen uit het publieke bestel vereist een gedegen financieel vooronderzoek, waarbij verschillende elementen in hun onderlinge samenhang moet worden beschouwd.

 

Wilt u een financiële scan?

 

Neemt u dan contact op met Leo Bil

 

phone-icon +31 6 4612 0673

email-icon E-mail 

 

 

English summary

Risk retention in relation to the WGA – opting out

Read more...