|
Waag de sprong!
Uw WGA-risico onderbrengen bij een verzekeraar kan voordeliger zijn
Ook als uw werknemers niet arbeidsongeschikt raken, betaalt u elk jaar uw gedifferentieerde WGA-premie aan het UWV. Wilt u van die premie af, dan kunt u er ook voor kiezen om eigenrisicodrager te worden en uw WGA-risico onder te brengen bij een private verzekeraar. Schrik niet te veel van de term eigen risico, want de kans is best groot dat u als eigenrisicodrager goedkoper uit bent. Het is dus de moeite waard dit uit te (laten) zoeken.
Datum: 8 december 2009
Lees verder...
Weeffouten in WGA-eigen risico
Steeds minder bedrijven worden eigenrisicodrager voor de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten. De grootste oorzaak ligt aan een onvoldoende werking van een gelijk speelveld. Bij de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen was het de bedoeling van de overheid dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen zou concurreren met private verzekeraars. Daar is niets van terechtgekomen.
Datum: 23 juli 2009
Lees verder...
Tijd dringt voor privatisering WGA
Het kabinet wil de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) privatiseren, maar heeft daarop nog geen actie ondernomen. Die is snel nodig. Uitstel vergroot de onduidelijkheid, die bedrijven vaak handenvol geld kost.
Werkgevers kunnen kiezen voor een eigen risico in het kader van de WGA en uit het publieke bestel treden. Op dit terrein moet het UWV dus concurreren met de private verzekeraars. Omdat het UWV via een omslagstelsel de uitkeringen financiert en de verzekeraars gehouden zijn om voorzieningen te treffen voor toekomstig te verwachten uitkeringen (kapitaaldekkingsstelsel) is een ingewikkeld hybride stelsel ingevoerd.
Het stelsel van het dragen van eigen risico in de WGA lijkt op de Pemba (gedifferentieerde premie WAO), waarvan de differentiatie volgend jaar wordt afgeschaft. In de praktijk bleek dat maar zo'n 4 procent van de zogeheten grote bedrijven (bedrijven met een loonsom van meer dan 675.000 euro) eigenrisicodrager in de WAO was, terwijl er ook voor deze bedrijven grote voordelen te realiseren waren geweest. Hoewel het dragen van eigen risico in de WGA complexer is, speelt hier hetzelfde als bij de WAO. De te besparen bedragen liggen op een iets lager niveau, maar zijn aanzienlijk.
Sinds de regeringspartijen in hun regeerakkoord met een enkel zinnetje de privatisering van de WGA aankondigden, bleef het angstvallig stil. En daar is niemand bij gebaat, werkgevers al helemaal niet. Voor veel hr-managers is het bijna onmogelijk om een juiste (financiële) afweging te maken, omdat de materie veel te ingewikkeld is. In de praktijk blijkt dat veel hr-managers zich verre houden van het vraagstuk omdat ze er toch niet op afgerekend worden.
Hiermee wordt geen optimaal financieel beleid gevoerd en worden miljoenen euro's te veel aan premie betaald. Als de gedifferentieerde premie van het bedrijf boven de rekenpremie ligt (0,75 procent van de loonsom) is het voordelig om uit het publieke stelsel te stappen. Recent onderzoek onder bedrijven met meer dan 250 werknemers leert dat circa 33 procent daarvan meer betaalt dan 0,75 procent. In de sector gezondheid is dat ruim de helft van de bedrijven.
Dit voorjaar bleek het voor 14 procent van de onderzochte bedrijven niet interessant om uit het publieke bestel te stappen. Voor 86 procent leverde het een aantoonbaar voordeel op. Dit komt doordat verzekeraars flink concurreren op de markt voor eigenrisicodragen in de WGA. Uiteindelijk heeft bijna de helft van de door ons geadviseerde bedrijven besloten om uit het publieke bestel te stappen.
Zelfs bij bedrijven met een aantoonbaar voordeel bij uitstappen uit het publieke bestel blijft de neiging bestaan om daar toch in te blijven. De hr-managers kiezen voor de vermeende 'zekerheid' van het publieke stelsel.
Bij privatisering van de WGA wordt overgegaan van een omslagstelsel naar een stelsel waarin ook wordt gereserveerd voor toekomstige uitkeringen. Hoe langer het huidige hybride stelsel blijft bestaan, des te groter worden het inlooprisico en de pijn bij privatisering van de WGA. Omdat de meeste bedrijven uit voorzichtigheid niet vóór het privatiseringsmoment zullen uitstappen, pleit dit alles ervoor om zo snel mogelijk de WGA te privatiseren. Dit beperkt het probleem dat de overgang van een omslagstelsel naar kapitaaldekkingsstelsel met zich meebrengt.
Auteur: Leo Bil
Bron: Financieel Dagblad
Publicatiedatum: 30 augustus 2007
Bedrijven en organisaties met een historisch hoge WAO-instroom en veel parttimers of werknemers met lage lonen worden benadeeld bij de bepaling van de bedrijfsafhankelijke premie vanaf 1 januari 2007 voor de WGA (de uitkering voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten van de WIA).
Deze bedrijven betalen relatief teveel WGA-premie als gevolg van de gekozen differentiatiesystematiek. Maar ook werknemers worden benadeeld door de invoering van de WIA: werknemers die uit de WIA-keuring komen met een arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% komen niet in de WGA en zijn dus de dupe van de nieuwe regeling.
Het kabinet heeft de duur van het eigen risicodragen van de WGA vastgesteld op 10 jaar. De duur van WGA-uitkeringen die in 2006 zijn ingegaan is echter 4 jaar. De lengte van deze periode bepaalt voor een groot deel de hoogte van de correctie voor de rentehobbel. Op basis van berekeningen van het CPB is deze vastgesteld op 0,47% (over de gemaximeerde loonsom van het bedrijf) voor 2007. Deze opslag betalen alle bedrijven die geen eigen risicodrager zijn om zodoende een gelijk speelveld, een ‘level playing field’, te creëren tussen verzekeraars en het UWV op de eigen risicodragermarkt. Dit gelijke speelveld zorgt ervoor dat een verzekeraar met een private verzekeringsdekking concurrerend met het UWV kan zijn.
Grote ondernemingen (bedrijven en organisaties met meer dan circa 500 werknemers) kunnen in zijn algemeenheid het faillissementsrisico anders en goedkoper afdekken. Dit kan door het regelen van een borgstelling in combinatie met een stop loss verzekering. Voor hen is het per definitie aantrekkelijk om uit te stappen en eigen risicodrager te worden. Dit levert al gauw een substantieel voordeel op. Er is echter een categorie bedrijven waarvoor uitstap uit het publieke bestel nog aantrekkelijker is. Dit zijn bedrijven met veel parttimers in dienst en een relatief hoge WAO-uitkeringslast in 2005. Denk hierbij aan zorginstellingen, schoonmaakbedrijven of grootwinkelbedrijven.
Parttimers die voor de WIA worden gekeurd en nog 40 uur kunnen werken komen nooit in de WGA terecht wanneer hun inkomen onder de € 25.300 lag, evenals fulltime werknemers die minder dan dit inkomen verdienen. Hun arbeidsongeschiktheidspercentage ligt als gevolg van de methode van bepaling van de verdiencapaciteit zeker onder de 35%. Dit is één van de redenen waarom 51% van de werknemers die worden gekeurd geen uitkering uit de WIA (IVA of WGA) ontvangen (cijfers UWV, eerste kwartaal 2006). Parttimers en werknemers met een laag loon kunnen dus niet rekenen op een uitkering en zijn de dupe.
De bedrijfsspecifieke opslag van de gedifferentieerde premie wordt voor 2007 volledig bepaald door de aan het bedrijf toegerekende WAO-uitkeringen in 2005. Bedrijven in bijvoorbeeld de schoonmaakbranche of de thuiszorg met vrijwel alleen maar parttimers en een historisch hoge instroom in de WAO, zullen echter vrijwel geen WGA-ers hebben. Hierdoor betalen ze in het publieke bestel al gauw een aantal tonnen teveel ten opzichte van het risico dat zij lopen in de vorm van de uitkeringslast.
Het loont dus voor werkgevers om een goede analyse van het personeelsbestand te maken en een prognose van de toekomstige uitkeringen in het kader van de WIA. Hierdoor wordt inzicht verkregen in de potentiële besparing die het uittreden uit het publieke bestel met zich meebrengt en kan een financieel onderbouwde beslissing worden genomen over de keuze tussen UWV en eigen risicodragen.
Auteur: Leo Bil
Bron: Financieel Dagblad
Publicatiedatum: juli 2007
|