Ziek, verzuim en WIA
Nagenoeg alle werkgevers hebben wel eens te maken met werknemers die ziek worden. De meeste werknemers zijn na een paar dagen weer beter. In een enkel geval duurt de ziekte langer. Bij langdurig verzuim komen allerlei regels en verplichtingen op u af als werkgever. Zo moet u gedurende de eerste twee jaar van ziekte het loon doorbetalen (maximaal 170%) aan de zieke werknemer. Duurt het herstel langer dan een paar weken, dan moet u samen met de werknemer zoeken naar oplossingen om een terugkeer naar het werk te realiseren. Hoe eerder u daarmee begint, des te groter is de kans op succes. De Wet verbetering poortwachter geeft nauwkeurig aan welke stappen op welk moment gedaan moeten worden. Lukt het, ondanks alle inspanningen, niet om in twee jaar te herstellen dan komt de werknemer in aanmerking voor de entreekeuring van de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
Op www.mercer.nl/wia vindt u veel informatie over de WIA. Bij de WIA staat “werken naar vermogen” centraal. Het gaat er niet om wat iemand niet meer kan, maar wat iemand nog wél kan. Van werknemers wordt verwacht dat ze alles in het werk stellen om hun resterende verdiencapaciteit (het werk dat ze nog kunnen verrichten, ondanks hun arbeidsongeschiktheid – vandaar het gangbare begrip “gedeeltelijk arbeidsgeschikt”) zo volledig mogelijk te benutten. De WIA bestaat uit twee delen: de IVA en de WGA. De IVA is bedoeld voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikte (ex-)werknemers. De WGA is bedoeld voor gedeeltelijk arbeidsgeschikte (ex-)werknemers. Men is dan tussen 35-80% arbeidsongeschikt. Daarnaast komen volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikte medewerkers in aanmerking voor de WGA.
Van u als werkgever wordt verwacht dat u zoekt naar ander werk voor uw gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers. Het liefst in uw eigen organisatie, eventueel in een aangepaste functie. Dat is echter niet altijd mogelijk. Werkhervatting bij een andere werkgever (2e spoor) is dan een alternatieve oplossing. Om werkgevers financieel te prikkelen zijn uiterste best hiervoor te doen, worden de eerste 10 jaar van een WGA-uitkering van (ex-)werknemers bij de werkgever in rekening gebracht. Het UWV brengt die kosten in rekening via de zogenaamde gedifferentieerde WGA-premie. Bedrijven met een bovengemiddelde instroom in de WGA betalen een opslag op de zogenaamde rekenpremie (0,59% in 2010). Bedrijven met een benedengemiddelde instroom krijgen daarentegen een korting op die premie.
Marktwerking in de WGA
Met marktwerking wordt bedoeld dat werkgevers, groot en klein, vanaf 1 januari 2006 de keuze hebben om voor de uitvoering van de WGA verzekerd te blijven bij het UWV (publieke verzekeraar) of eigen risicodrager te worden.
Om eigen risicodrager te worden zijn er twee mogelijkheden:
In de praktijk is gebleken dat het niet mogelijk is, of erg duur is, om alleen een borgstelling te krijgen. Vanwege de huidige financiële kredietcrisis is zo’n garantieverklaring extra moeilijk te verkrijgen. Die wordt alleen door verzekeraars afgegeven in combinatie met een private verzekering. Feitelijk blijven er, vanuit het perspectief van marktwerking, dus slechts 2 keuzes over:
Eigen risicodragen is anders verzekeren
Het begrip “eigen risicodragen” suggereert meer dan in praktisch opzicht het geval is. Feitelijk is het niets meer en niets minder dan “anders” verzekeren. Voor de uitvoering van de WGA verzekert een organisatie zich óf bij het UWV óf bij een particuliere verzekeraar. Een eigen risicodrager betaalt geen gedifferentieerde WGA-premie aan het UWV. Daarvoor in de plaats komt de verzekeringspremie.
Gedifferentieerde WGA-premie
De meeste werkgevers zijn momenteel nog via het UWV verzekerd en betalen hiervoor de gedifferentieerde WGA-premie. De hoogte van de gedifferentieerde premie verschilt per bedrijf. Afhankelijk van het aantal arbeidsongeschikte werknemers die aanspraak maken op de arbeidsongeschiktheidsregeling, vindt er een korting of opslag op de zogenaamde rekenpremie plaats. In 2009 bedroeg de rekenpremie 0,47% van de relevante loonsom. In 2010 zijn de gedifferentieerde WGA-premies explosief gestegen. De rekenpremie bedraagt 0,59%. De minimumpremie voor kleine bedrijven stijgt van 0,27% naar 0,59%. Voor grote bedrijven is dit 0,06% geworden. Daarnaast speelt de zogenaamde correctiefactor een rol. Deze stijgt van 0,69 naar 1,47 in 2010.
De Belastingdienst brengt bedrijven op de hoogte van uiteindelijke premie via de “Beschikking loonheffingen gedifferentieerde premie WGA”. De premie voor 2010 is eind november / begin december 2009 aan de werkgevers verstuurd.
Via de gedifferentieerde WGA-premie betalen alle werkgevers, op indirecte wijze, in feite zelf de WGA-uitkeringen van hun eigen arbeidsongeschikte werknemers. De uitkeringen van twee jaar geleden zijn bepalend voor de hoogte van de gedifferentieerde premie. Verder is er sprake van een individuele toerekening, ook voor kleine bedrijven. Dit is een afwijking ten opzichte van de gedifferentieerde WAO-premie. De premie voor kleine bedrijven werd toen bepaald door instroomcijfers van hun eigen sector.
Rentehobbel en lastendekkende premie
In 2007 was er veel belangstelling onder de werkgevers om eigen risicodrager voor de WGA te worden. Van de ruim 27.000 aanvragen werden er 21.000 goedgekeurd. In 2008 was men minder enthousiast. Van de slechts 10.000 aanvragen werden er 8.000 goedgekeurd. Deze daling had vooral te maken met de verlaging van de WGA-premie van het UWV. In 2007 bedroeg de gemiddelde WGA-premie nog 0,75%. In 2008 daalde die naar 0,58% en in 2009 werd er met 0,49% gerekend. Het verschil met de premies van verzekeraars werd hierdoor kleiner. Toch moet hierbij het volgende worden bedacht.
Om het UWV (omslagstelsel) en de private verzekeraars (kapitaaldekkingstelsel) met elkaar te kunnen laten concurreren, wordt tot en met 2012 de lastendekkende premie van het UVW met een rentehobbelopslag opgehoogd. Beide tezamen vormen de eerder genoemde gemiddelde premie. Door deze opslag zijn private verzekeraars in staat om concurrerende premies aan te bieden. Die rentehobbelopslag wordt elk jaar lager. In 2007 was de opslag 0,47% en is gedaald naar 0,12% in 2010. De lastendekkende premie stijgt echter. In 2007 bedroeg die 0,28%. Voor 2010 wordt gerekend met 0,41%, waarmee de gemiddelde premie op 0,53% uitkomt.
De komende jaren zal de lastendekkende premie verder stijgen: er komen immers ieder jaar opnieuw een aantal medewerkers in de WGA, terwijl de uitstroom minimaal is. Pas na 10 jaar worden de WGA-ers vanuit de basispremie gefinancierd. Private verzekeraars springen hierop in door hun premies voor drie jaar (en in sommige gevallen voor 5 of 6 jaar) vast te leggen. Hiermee wordt tevens een bepaalde vorm van budgettaire zekerheid gegeven. Die zekerheid is bij het UWV minder groot. Behalve de te verwachten jaarlijkse stijging van de lastendekkende premie kunt u bij het UWV ook te maken krijgen met grote schommelingen in de premiehoogte. De WGA-premie van 0,53% (in 2010) is een gemiddelde premie. De “individuele” premie die u betaalt hangt af van het aantal medewerkers dat de WAO en/of WGA is ingestroomd. Bij een klein bedrijf bedraagt de minimumpremie 0,59% in 2010. De maximumpremie is 1,59%. Bij een groot bedrijf kan de premie variëren tussen 0,06% en 2,12%. De premie kan dus fors schommelen. Bij kleine bedrijven kan 1 of 2 WGA-ers er al voor zorgen dat de gedifferentieerde WGA-premie van het minimum van 0,59% naar het maximum van 1,59% schiet. Private verzekeraars vangen die premieschommelingen op door de premie over meerdere jaren vast te zetten.
De premies zijn in 2010 fors gestegen. Veel organisaties werden geconfronteerd met een verdubbeling van de gedifferentieerde WGA-premie. De rekenpremie steeg van 0,47% naar 0,59%. De minimumpremie voor kleine bedrijven werd eveneens 0,59%. Daarnaast steeg de correctiefactor van 0,69 naar 1,47. Deze factoren zorgden voor een explosieve toename van de premie. Het gevolg is dat veel bedrijven per 1 januari 2010 het publieke bestel verlieten en zich -fors goedkoper- privaat verzekerden voor het risico van de WGA-uitkeringen.
Weg bij het UWV is vaak goedkoper
Een organisatie die het UWV verlaat (uit het publieke bestel stapt) en zich verzekert bij een particuliere verzekeraar betaalt geen gedifferentieerde WGA premie meer aan het UWV. Daarvoor in de plaats komt de verzekeringspremie. Gedurende 10 jaar is de werkgever verantwoordelijk voor de WGA-uitkeringen. Daarna neemt het UWV de uitkeringen weer over. Die uitkeringen worden dan gefinancierd uit de basispremie die iedere werkgever in rekening gebracht krijgt.
|
Bent u ook toe aan een professionele ondersteuning bij uw verzuim- en reïntegratiebeleid en wilt u uw werkgeverslasten verminderen?
Neemt u dan contact op met Marco de Zeeuw, telefoon 026 352 0312.
|
In de praktijk komt het erop neer dat het UWV gedurende 10 jaar de WGA-uitkering verricht en de bruto uitkering (inclusief de werkgeversdelen premies sociale verzekeringen en Zvw-vergoeding) vervolgens verhaalt op de eigen risicodrager. De eigen risicodrager dient deze nota vervolgens in bij de verzekeraar waar het risico is onder gebracht.
U kunt er ook voor kiezen de uitkering meteen zelf aan uw (ex-)werknemer uit te betalen. Dit betekent wel extra werk voor u. Zodra de situatie van de werknemer zich wijzigt (bijvoorbeeld meer of minder verdienen) kan ook de hoogte van de uitkering zich wijzigen, Het UWV stelt u weliswaar op de hoogte, maar u moet dan wel steeds uw loonadministratie aanpassen.
Was u al eigen risicodrager voor de WAO (Pemba), dan bent u automatisch ook eigen risicodrager voor de WGA geworden. Tenzij u had aangegeven dit niet te willen. In beide gevallen bent u nog wel eigen risicodrager voor de WAO en wordt de gedifferentieerde WAO-premie u niet in rekening gebracht
De praktijk leert dat veel werkgevers fors goedkoper uit zijn indien zij het risico onderbrengen bij een particuliere verzekeraar. Dit is niet zelden eveneens het geval indien het inlooprisico van reeds bestaande (langdurige) zieke medewerkers en WGA-ers door middel van een premieopslag of een eenmalige koopsom wordt meeverzekerd.
|
Het inlooprisico houdt in dat alle lopende WGA-uitkeringen van (ex-)werknemers en de mogelijke toekomstige WGA-uitkeringen van de (langdurig) zieke werknemers voor rekening van de werkgever komen tot deze 10 jaar hebben geduurd. Alleen voor werknemers die in 2006 in de WGA terecht zijn gekomen, geldt dat een werkgever deze WGA-uitkeringen voor een periode van vier jaar voor eigen rekening neemt.
|
Aanvragen Eigen risicodragerschap
Om vanaf 1 juli 2010 van dit voordeel te kunnen profiteren, dient u voor 1 april 2010 bij de Belastingdienst door middel van een speciaal formulier aan te geven dat u eigen risicodrager wilt worden. Dit formulier dient dus 13 weken voor de uittredingsdatum bij de Belastingdienst binnen zijn. Klik hier om het formulier te downloaden.
|
Belastingdienst
Centrale administratie / Informatieverwerking
Postbus 2566
6401 DB Heerlen
|
Idealiter dient u dan tevens een Garantieverklaring van een erkende kredietinstelling of verzekeraar te overleggen. Doorgaans zal uw WGA ERD verzekeraar dit voor u verzorgen.
Men kan alleen op twee vaste momenten (1 januari en 1 juli) eigen risicodrager worden. In het Coalitieakkoord is opgenomen dat de WGA geprivatiseerd gaat worden. De datum waarop is nog onduidelijk. Aanvankelijk lag 1 januari 2012 met 2011 als overgangsjaar in de rede. Nu het kabinet is gevallen en gecontinueerd is in gewijzigde vorm met een demissionaire status, is het niet waarschijnlijk dat dit kabinet de WGA nog gaat privatiseren. Geheel van de baan is het echter niet naar onze mening, maar de snelheid ervan zal afhankelijk zijn van de politieke samenstelling van de nieuwe coalitie. Een beslissing over privatisering zal waarschijnlijk niet meer in 2010 worden genomen.
Nadat de Belastingdienst de Garantieverklaring heeft ontvangen ontvang u een zogenaamde Beschikking Loonheffingen Eigenrisicodragen WGA, waarin de Belastingdienst u meedeelt dat u eigen risicodrager bent geworden. Vanaf de genoemde datum heeft u “toestemming om het risico van de betaling van de WGA uitkeringen zelf te dragen”. U betaalt dan geen gedifferentieerde premie WGA meer. Wel moet u de basispremie WAO/WIA blijven betalen.
|