Contact :
Marc Heemskerk
| Email deze pagina | Print deze pagina | ||||||
Datum: 1 februari 2012
1. Wat gaat er veranderen met de pensioenrichtleeftijd in pensioenregelingen?Bij wet zijn maxima vastgelegd waarover onbelast pensioen mag worden opgebouwd. Bijvoorbeeld het opbouwpercentage dat nu 2,25% bedraagt voor middelloonregelingen. De maxima worden momenteel gemeten bij een pensioenleeftijd van 65 jaar. In een wetsvoorstel was opgenomen dat vanaf 1 januari 2013 deze leeftijd naar 66 jaar verhoogd zou worden. Vanaf 1 januari 2015 zou een verdere verhoging plaatsvinden naar 67 jaar. Minister Kamp heeft op 27 januari middels een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat de verhoging nu plaats zal vinden in één stap, van 65 jaar naar 67 jaar per 1 januari 2014. 2. Wat zijn de gevolgen voor uw pensioenregeling?Het zou kunnen dat door de strengere normen aan de maxima de regeling fiscaal bovenmatig wordt. Een pensioen met ingangsleeftijd 65 is immers duurder dan een pensioen met ingangsleeftijd 67, dus 65 jaar als norm biedt meer ruimte. Als de volledige ruimte in de huidige regeling is gebruikt (dus opbouwpercentage 2,25% bij de laagste franchise) zal versobering van de regeling voor de hand liggen. Het is immers weinig aantrekkelijk pensioen op te bouwen als de premies niet aftrekbaar zijn. Als globale regel kan gesteld worden dat een fiscaal maximale regeling circa 10% bovenmatig zal worden. Het werkelijke percentage verschilt echter per regeling. 3. Moet er nu langer worden doorgewerkt?De opgebouwde pensioenrechten bij leeftijd 65 jaar zullen worden herberekend naar leeftijd 67 jaar. De aanspraken in euro’s nemen hierdoor naar evenredigheid toe. Met name oudere werknemers hebben al veel opgebouwde aanspraken onder de oude regeling. Zij bouwen maar een klein stukje pensioen op onder het nieuwe regime. Indien sprake is van versobering van de pensioenregeling, hoeft voor een gelijke pensioenuitkering onder het nieuwe regime minder lang doorgewerkt te worden. De aanspraken kunnen weer worden vervroegd. Met name voor jongeren, met weinig opgebouwde pensioenrechten, zal de nieuwe richtleeftijd dicht bij de feitelijke pensioenleeftijd liggen. 4. Hoe past dit binnen het pensioenakkoord?Vanaf 1 januari 2014 zou eveneens de wetswijziging in verband met het pensioenakkoord in moeten gaan (Financieel Toetsingskader). De nieuwe richtleeftijd kan in de vormgeving van de eventueel gewijzigde regeling worden meegenomen. In het pensioenakkoord is premiestabilisatie als uitgangspunt genomen. Er is in de uitwerking van het pensioenakkoord tevens het advies opgenomen om de kostenverzwaringen die de afgelopen jaren door de gestegen levensverwachting zijn opgetreden “structureel te verdisconteren”. Dit betekent dat het schuiven met fiscale ruimte, mocht die aanwezig zijn, zoals vermeld onder punt 2 zeker geen automatisme zal zijn. 5. Wanneer volgt de volgende leeftijdsaanpassing?De verhoging van de richtleeftijd zou steeds 10 jaar vóór een verhoging van de AOW-leeftijd moeten plaatsvinden. Een evaluatie voor verdere verhoging is pas voorzien in 2019/2020, waarmee geen wijziging vóór 2020 in het verschiet zou liggen. Gegeven de problematiek van de AOW, door vergrijzing en veranderende bevolkingssamenstelling, lijkt een eerdere aanpassing ons zeker niet uitgesloten.
|
Contact |
Marc Heemskerk
|
 Delicious
 Digg
 Facebook
 LinkedIn
 Reddit
 Twitter